Beheercriteria

Deze pagina

Bepalen van de betaalbaarheid van een lening in een beheersituatie

Beheercriteria geven inzicht of in een beheersituatie, op basis van de maandlasten en het inkomen, de lening verantwoord kan worden voortgezet. Wij ontwikkelden deze criteria in samenwerking met het Nibud en in afstemming met de geldverstrekkers en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderschrijft het belang van de ontwikkelde beheercriteria.

Beheercriteria versus acceptatiecriteria

Acceptatiecriteria, die bepalen hoeveel iemand maximaal mag lenen, zijn erop gericht toekomstige risico’s voor de betaalbaarheid zo veel mogelijk uit te sluiten. De criteria voor bestaande geldnemers in beheersituaties geven daarentegen aan of het verantwoord is de bestaande lening voort te zetten. Hierbij is niet de hoogte van de lening bepalend, maar is de betaalbaarheid van de maandlasten leidend.

Of iemand bijvoorbeeld 4% of 5,5% procent leningrente betaalt, kan in de maandlasten immers een groot verschil maken, terwijl de leningsom in beide gevallen hetzelfde kan zijn. Beheercriteria geven doorgaans dan ook meer ruimte voor woningbehoud dan acceptatiecriteria. Voorwaarde blijft daarbij altijd dat de lening verantwoord en duurzaam kan worden voortgezet.

Maandlast in plaats van maximale lening

Werkelijke situatie in plaats van fictieve uitgangspunten

Alle inkomenssituaties in plaats van uitsluitingen

Uitgavenpatroon o.b.v werkelijke in plaats van fictieve gezinssamenstelling

In Voorwaarden deel 4 zijn alle beheercriteria te vinden

Geldverstrekkers en hypotheekadviseurs toetsen met de Beheertoets de betaalbaarheid van de maandlasten. Dit is een objectieve toets, waarin belangrijke elementen van duurzaamheid zijn meegenomen. 

Mijn NHG is de portal voor professionals. Toegang is aan te vragen met het formulier.

Veelgestelde vragen

Hoe moeten verschillende soorten inkomens worden opgevoerd in de Beheertoets?

Een consument kan meerdere soorten inkomen hebben; loondienst, zelfstandig inkomen, uitkering, etc. Indien sprake is van meerdere inkomens dient de geldverstrekker per soort inkomen het toetsinkomen vast te stellen conform de Voorwaarden en Normen.

Aangezien in de Beheertoets slechts één soort inkomen kan worden geselecteerd, dient bij meerdere inkomens het toetsinkomen als volgt te worden ingevuld:

  1. Selecteer het soort inkomen met het grootste aandeel.
  2. Vul het totale toetsinkomen van alle soorten inkomens in.

Moet de Beheertoets ook worden gebruikt in het geval van overwaarde en er dus geen sprake is van een mogelijke restschuld?

In artikel C1 van de Voorwaarden & Normen staat dat de beheercriteria dienen te worden toegepast als een verkoop met verlies dreigt.

Het staat geldverstrekkers vrij in het kader van de zorgplicht en het belang van de consument, de beheercriteria ook toe te passen in situaties waarin overwaarde wordt verwacht.

Zeker wanneer de geldnemer(s) de woning wensen te behouden, kunnen de mogelijkheden daartoe op basis van de beheercriteria worden vastgesteld.

Als een geldverstrekker geen 3-jaars rentetarief aanbiedt, welk tarief moet dan bij toetsing gehanteerd worden?

Indien er door de geldverstrekker geen 3-jaars rentetarief gehanteerd wordt, dient het naast hogere rentetarief gehanteerd te worden. In de meeste gevallen zal dit het 5-jaarstarief zijn.

Zit je antwoord er niet bij?