C3: Toegestane financieringslast

Zoek in

waarborgfonds van het WEW (

In het kort

Als je in een lastige woonsituatie terechtkomt na een scheiding, overlijden, niet verwijtbare werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, doet de hypotheekadviseur een beheertoets. Daar komt uit in hoeverre de hypotheeklasten op basis van de actuele situatie betaalbaar zijn. In artikelen C staan de voorwaarden en toepassingen bij de beheertoets.

  • Over de toepassing                                   C1 en C2
  • Over de toetsing                                       C3, C6 en C7
  • Over de aanvrager en inkomen                   C4 en C10
  • Over vermogen en verplichtingen               C5, C8 en C9

C3: Toegestane financieringslast

  1. De toegestane financieringslast wordt vastgesteld aan de hand van het toetsinkomen en de bij het toetsinkomen behorende financieringslastpercentage Beheer. Norm 7.2 en/of Norm 7.7 zijn hierbij van toepassing.

  1. Het toetsinkomen wordt vastgesteld conform Norm 6 met in achtneming van Artikel C4.

  1. In beheersituaties dient de geldverstrekker het financieringslastpercentage uit de financieringslasttabellen Beheer voor de van toepassing zijnde situatie te hanteren. In geval van relatiebeëindiging dient de geldverstrekker uit te gaan van de situatie die van toepassing is na het effectueren van de relatiebeëindiging.

  1. Indien sprake is van meerdere geldnemers met inkomen wordt rekening gehouden met het gezamenlijke inkomen en wordt het financieringslastpercentage uit de financieringslasttabellen Beheer gehanteerd dat behoort bij het totale gezamenlijke toetsinkomen na vermindering van de eventueel te betalen partneralimentatie.

  1. Indien sprake is van een situatie waarbij sprake is van een huishouden met 2 kinderen met een (gezamenlijk) toetsinkomen tot € 25.000,- of een huishouden met 3 of meer kinderen met een (gezamenlijk) toetsinkomen tot € 30.000,- is het noodzakelijk om te bezien of voor de basisuitgaven van het gezin - naast de financieringslast(en) - voldoende financiële ruimte is, aangezien deze inkomensgroepen financieel extra kwetsbaar zijn.

  1. Indien binnen 3 jaar de hypotheekrenteaftrek (zie definities Algemene Voorwaarden) van een leningdeel vervalt, dan dient de financieringslast van het desbetreffende leningdeel vanaf het moment dat de hypotheekrenteaftrek eindigt te worden vastgesteld op basis van Norm 7.7.

Het berekende bedrag aan rente en aflossing op basis van annuïteiten met een maandelijkse betaling achteraf, vermeerderd met het bedrag van de erfpachtcanon. 

Degene met wie de stichting een standaard overeenkomst van borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW ter zake van leningen aan geldnemers heeft gesloten. 

Echtscheiding, beëindiging van een geregistreerd partnerschap of beëindiging van een duurzaam samenwonen.

Iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie een borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW van de stichting tot stand is gekomen tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en). 

Toelichting

De maximaal toegestane financieringslast wordt vastgesteld aan de hand van het toetsinkomen (zie Artikel C4) en de financieringslastpercentages Beheer. Indien sprake is van meerdere geldnemers met een toetsinkomen, wordt het toetsinkomen bij elkaar opgeteld en waarbij uit dient te worden gegaan van het financieringslastpercentage uit de Beheertabellen behorend bij dat gezamenlijke toetsinkomen.

Bij kwetsbare groepen dient goed in de gaten te worden gehouden dat de basisuitgaven betaalbaar blijven. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een persoonlijk budgetadvies dat te vinden is op de website van het Nibud.

Wanneer de hypotheekrenteaftrek van een bestaande eigenwoningschuld (zie definities Algemene Voorwaarden), (artikel 3.119a Wet IB 2001) of restschuld (artikel 3.120a Wet IB 2001) binnen 3 jaar komt te vervallen doordat het einde van de maximale termijn van de hypotheekrenteaftrek (zie definities Algemene Voorwaarden) wordt bereikt, dan dient de financieringslast van het desbetreffende leningdeel vanaf het moment dat de hypotheekrenteaftrek eindigt, te worden vastgesteld op basis van Norm 7.7.