1.5 Borgtochtprovisie

Zoek in

waarborgfonds van het WEW (

In het kort

Om in aanmerking te komen voor NHG zijn er voorwaarden gesteld aan de aanvragers en de woning. In deze norm lees je welke voorwaarden dit zijn.

  • Over de toepassing        Norm 1.1, 1.2 en 1.12
  • Over de aanvragers        Norm 1.3, 1.4, 1.13 en 1.14
  • Over de borgstelling      Norm 1.5 en 1.6
  • Over de woning              Norm 1.7, 1.8 en 1.11
  • Over verbouwing (EBV) Norm 1.9 en 1.10

1.5 Borgtochtprovisie

  1. De door de geldnemer te betalen borgtochtprovisie bedraagt 0,6% van de lening.

  1. Bij het (gedeeltelijk) vervallen van de borgtocht vindt geen (gedeeltelijke) restitutie van de betaalde borgtochtprovisie plaats.

  1. Indien sprake is van opgebouwde waarde zoals bedoeld in Norm 7.4 ten behoeve van een meeverbonden opbouwproduct, die tegelijk met het afsluiten van de lening plaatsvindt, wordt de borgtochtprovisie berekend over de lening, verminderd met het bedrag van de opgebouwde waarde.

Iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie een borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW van de stichting tot stand is gekomen tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en).

De door (een) geldnemer(s) aan de stichting verschuldigde vergoeding voor het verstrekken van een borgtocht.

Eén (of meer) geldlening(en), waarvoor de stichting zich borg heeft gesteld, aangegaan door één (of meer) geldnemer(s) met een geldverstrekker.

Toelichting

De borgtochtprovisie wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een advies van een actuarieel bureau (Ortec) en goedgekeurd door de Minister van Binnenlandse Zaken. Voor de berekening van de premie wordt gewerkt met een model, waarin de effecten van 1.000 scenario’s ten aanzien van de economische ontwikkelingen worden meegenomen. Bij het vaststellen van de premie wordt ernaar gestreefd te voorkomen dat de stichting op enig moment een beroep moet doen op de achtervangfunctie van het Rijk.

Er wordt geen borgtochtprovisie gerekend over het bedrag dat bij aanvang van de lening wordt gestort in een meeverbonden opbouwproduct. Omdat dit bedrag niet meer hoeft te worden opgebouwd en dus zekerheid geeft ten aanzien van de aflossing van de lening, wordt dit bedrag buiten beschouwing gelaten. Men betaalt derhalve uitsluitend borgtochtprovisie over het gedeelte van de lening waarvoor de borg kan worden aangesproken.