B12: Indiening verzoek tot betaling verlies

Zoek in

waarborgfonds van het WEW (

In het kort

Tijdens de looptijd van een lening met NHG kan er een wijziging van situatie plaats vinden. Er is dan mogelijk een wens om de lening te wijzigen of door een ingrijpende gebeurtenis zal de lening gewijzigd of afgelost moeten worden. In artikelen B staan de mogelijkheden en voorwaarden.

  • Over ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid             B1
  • Over wijzigingen en verzoeken tijdens de looptijd           
    B2, B3, B4, B5 en B6
  • Over voorkomen verliesmelding                                
    B6 en B7
  • Over de verliesmelding (en verkoop)                          
    B8, B9, B9A, B10, B11, B11A, B12, B12A, B13, B14 en B17
  • Over meldingen                                                         
    B15, B16 en B18

B12: Indiening verzoek tot betaling verlies

  1. De geldverstrekker is verplicht binnen één maand na ontvangst van de opbrengst van de voor de terugbetaling van de lening gestelde zekerheden of na ontvangst van de opbrengst van de verkoop van de woning schriftelijk een verzoek tot betaling van het verlies in te dienen bij de stichting. Het verzoek tot betaling dient te geschieden door indiening van het declaratieformulier voor een betaling van het verlies, welke door de geldverstrekker volledig en naar waarheid is ingevuld alsmede de daarbij behorende documenten.

  2. Mits de geldverstrekker aan de stichting tijdig alle voor de beoordeling van het verlies relevante informatie heeft verstrekt en aan de in lid 3 genoemde voorwaarden is voldaan zal de stichting binnen twee maanden na ontvangst van een verzoek tot betaling van het verlies overgaan. Bij betaling na twee maanden is de stichting over de periode vanaf het tijdstip liggende twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling tot op de dag van betaling de wettelijke rente over het bedrag van het verlies verschuldigd, tenzij de oorzaak van de niet tijdige betaling aan de geldverstrekker is toe te rekenen. 

  3. De stichting is niet gehouden tot betaling van het (gehele) verlies indien de geldverstrekker de door de stichting vastgestelde Normen, die gelden op het moment van offreren c.q datum bindend aanbod van de lening(en), of de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht niet in acht heeft genomen, tenzij niet-betaling onredelijk of onbillijk zou zijn jegens de geldverstrekker. Indien een verzoek tot betaling verwachte verlies is gedaan, toetst de stichting alleen de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht die (ook) van toepassing zijn na het moment waarop het verzoek tot betaling verwachte verlies is gedaan. De stichting zal met betrekking tot de eerder door haar getoetste Normen en Algemene Voorwaarden voor Borgtocht in het kader van het verzoek tot betaling verwachte verlies op basis van de toen beschikbare informatie, uitgaan van de uitkomst van die toetsing.

Degene met wie de stichting een standaard overeenkomst van borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW ter zake van leningen aan geldnemers heeft gesloten. 

1. Een in het Europese deel van Nederland gelegen voor permanente bewoning bestemd en geschikt of
geschikt te maken en als hoofdverblijf dienend gebouw of een gedeelte daarvan, vrij van huur(koop) en/of
(vrucht)gebruik van de woning;
2. De bij dat gebouw behorende grond;
3. Een in het Europese deel van Nederland gelegen woonwagen voor permanente bewoning bestemd en geschikt of geschikt te maken en als hoofdverblijf dienend – niet zijnde een woonwagen met een eigen aandrijving of een woonwagen die ingevolge de Wegenverkeerswet zonder ontheffing over een weg mag worden voortbewogen – of woonwagenstandplaats die blijkens het bestemmingsplan is gelegen op een woonwagencentrum en dat niet is aangewezen om te worden opgeheven.

Eén (of meer) geldlening(en), waarvoor de stichting zich borg heeft gesteld, aangegaan door één of meerdere geldnemer(s) met een geldverstrekker.

Toelichting

De geldverstrekker dient na verkoop van de woning en ontvangst van de opbrengst binnen 1 maand een verliesdeclaratie in te dienen via https://mijn.nhg.nl. Aan de hand van het complete dossier wordt beoordeeld of is voldaan aan de NHG-regelgeving. Als dit het geval is dan zal de stichting het vastgestelde verlies binnen 2 maanden uitkerenbetalen aan de geldverstrekker. Indien door handelen van de stichting de betaling plaatsvindt na deze 2 maanden, zal de stichting over het verliesbedrag wettelijke rente betalen. 

Indien een verzoek tot betaling verwachte verlies is gedaan, dan heeft de stichting op dat moment beoordeeld of tot het moment van indiening aan de Voorwaarden en Normen was voldaan, op basis van de toen beschikbare informatie. De stichting beoordeelt een verliesdeclaratie vervolgens alleen aan de hand van de Voorwaarden die (ook) van toepassing zijn na het moment waarop het verzoek tot betaling verwachte verlies is gedaan. Zij zal voor de beoordeling van de Normen en de overige Voorwaarden van haar eerdere beoordeling uitgaan. De geldverstrekker kan echter nieuwe informatie aan de stichting verstrekken indien hij meent dat die informatie tot een herziening van de eerdere beoordeling door de stichting zou kunnen leiden. De geldverstrekker zal dat bij het indienen van het complete dossier expliciet aan de stichting moeten mededelen.

Als sprake is van een dossier waarin een verzoek tot een betaling verwachte verlies is ingediend, is ook Artikel B13 van toepassing bij verkoop.