B1: Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid

Zoek in

waarborgfonds van het WEW (

In het kort

Tijdens de looptijd van een lening met NHG kan er een wijziging van situatie plaats vinden. Er is dan mogelijk een wens om de lening te wijzigen of door een ingrijpende gebeurtenis zal de lening gewijzigd of afgelost moeten worden. In artikelen B staan de mogelijkheden en voorwaarden.

  • Over ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid             B1
  • Over wijzigingen en verzoeken tijdens de looptijd           
    B2, B3, B4, B5 en B6
  • Over voorkomen verliesmelding                                
    B6 en B7
  • Over de verliesmelding (en verkoop)                          
    B8, B9, B9A, B10, B11, B11A, B12, B12A, B13, B14 en B17
  • Over meldingen                                                         
    B15, B16 en B18

B1: Ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid

  1. Bij relatiebeëindiging is de geldverstrekker bevoegd, met behoud van de rechten uit de borgtocht, één van de geldnemers uit de aansprakelijkheid voor de lening te ontslaan onder uitdrukkelijke opschortende voorwaarde dat de ontslagen geldnemer geen (mede-)eigenaar (meer) is van de woning die als zekerheid verbonden is voor de lening waarop het ontslag betrekking heeft en dat de ontslagen geldnemer die woning duurzaam heeft verlaten.

  1. Ontslag van één van de geldnemers uit de aansprakelijkheid voor de lening is uitsluitend toegestaan indien op het moment van toetsen geen sprake is van actuele betalingsachterstanden op de hypotheek en op overige financiële verplichtingen. ook dient het inkomen van de overblijvende geldnemer toereikend te zijn om aan de op dat moment geldende Normen te voldoen (zie ook Artikel B6). In dit verband is de geldverstrekker verplicht conform Norm 1.13 een opgave van de geregistreerde kredieten op te vragen bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel. Eventuele 2-codering(en) die blijkens de opgave van het BKR is/zijn hersteld of afgelost dient/dienen buiten beschouwing te worden gelaten. Indien wel sprake is van actuele betalingsachterstanden op de hypotheek en/of op overige financiële verplichtingen is ontslag uit de aansprakelijkheid uitsluitende mogelijk na schriftelijke toestemming van de stichting.

  1. Indien ontslag uit aansprakelijkheid zoals bedoeld in dit artikel niet mogelijk is, is het de geldverstrekker toegestaan een nieuwe geldnemer toe te voegen, mits wordt voldaan aan de op dat moment geldende Normen en de nieuwe geldnemer tevens eigenaar, hoofdelijk schuldenaar en bewoner wordt. Het gestelde in lid 2 is van overeenkomstige toepassing.

  1. Het ontslag uit de aansprakelijkheid en/of de toevoeging van een nieuwe geldnemer dient binnen 30 dagen te worden gemeld aan de stichting; er is geen borgtochtprovisie verschuldigd.

  1. Ontslag van één van de geldnemers uit de aansprakelijkheid van de lening, zonder dat er sprake is van het beëindigen van het duurzame samenlevingsverband in de woning, is uitsluitend toegestaan in verband met het ondernemerschap van de ontslagen geldnemer. Dit onder uitdrukkelijke opschortende voorwaarde dat de ontslagen geldnemer geen (mede-)eigenaar (meer) is van de woning die als zekerheid verbonden is voor de lening waarop het ontslag betrekking heeft. Daarnaast dient de geldverstrekker te waarborgen dat de ontslagen geldnemer geen gebruik kan maken van huurbescherming (of daarmee vergelijkbare bescherming) bij eventuele verkoop van de woning.

Echtscheiding, beëindiging van een geregistreerd partnerschap of beëindiging van een duurzaam samenwonen.

Degene met wie de stichting een standaard overeenkomst van borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW ter zake van leningen aan geldnemers heeft gesloten. 

Iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie een borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW van de stichting tot stand is gekomen tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en). 

Eén (of meer) geldlening(en), waarvoor de stichting zich borg heeft gesteld, aangegaan door één of meerdere geldnemer(s) met een geldverstrekker.

1. Een in het Europese deel van Nederland gelegen voor permanente bewoning bestemd en geschikt of
geschikt te maken en als hoofdverblijf dienend gebouw of een gedeelte daarvan, vrij van huur(koop) en/of
(vrucht)gebruik van de woning;
2. De bij dat gebouw behorende grond;
3. Een in het Europese deel van Nederland gelegen woonwagen voor permanente bewoning bestemd en
geschikt of geschikt te maken en als hoofdverblijf dienend – niet zijnde een woonwagen met een eigen
aandrijving of een woonwagen die ingevolge de Wegenverkeerswet zonder ontheffing over een weg mag
worden voortbewogen – of woonwagenstandplaats die blijkens het bestemmingsplan is gelegen op een
woonwagencentrum en dat niet is aangewezen om te worden opgeheven.

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, statutair gevestigd te 's-Gravenhage.

De door (een) geldnemer(s) aan de stichting verschuldigde vergoeding voor het verstrekken van een borgtocht.

Toelichting

Bij een ontslag uit de aansprakelijkheid voor de lening is het belangrijk dat de geldverstrekker toetst of de achterblijvende geldnemer de lening kan betalen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de geldverstrekker een toets op betaalbaarheid doet. De daadwerkelijk te betalen bruto maandlast van de lening dient te worden bepaald op grond van de situatie na het ontslag uit aansprakelijkheid van de vertrekkende geldnemer. De geldverstrekker dient hiervoor de Beheertoets van de stichting gebruiken. Bij een relatiebeëindiging wordt de bestaande eigenwoningschuld over beide partners verdeeld; ook indien de vertrekkende partij geen andere woning koopt. Dit betekent dat voor de achterblijvende partij de eigenwoningschuld wordt verminderd. Het gedeelte wat de resterende eigenwoningschuld overtreft dient minimaal annuïtair te worden afgelost. Bij de toetsing dient de geldverstrekker hier dus rekening mee te houden. Indien de geldverstrekker dit verantwoord acht, mag ook worden getoetst op een 30-jarige looptijd.

Verder is het niet toegestaan dat er betalingsachterstanden zijn, aangezien de lening duurzaam voortgezet moet worden door de achterblijvende geldnemer. Bij acceptatie van de lening zijn 2-coderingen niet toegestaan, ook al is de situatie hersteld. In een beheersituatie is reeds sprake van een lopende lening. Derhalve dienen andere risicoafwegingen te worden gemaakt. Indien sprake is van een nog openstaande 2-codering, bestaat de kans op beslaglegging. In zo’n geval neemt het risico voor de borg toe dat deze situatie alsnog tot een executoriale verkoop leidt. Dit is natuurlijk niet aan de orde indien de codering is hersteld of wanneer de verplichting in het geheel is afgelost. Derhalve zijn herstelde en/of afgeloste 2-coderingen niet relevant omdat deze geen risico meer vormen en dienen derhalve buiten beschouwing te worden gelaten.

Een veel voorkomende situatie is dat de achterblijvende partij een nieuwe partner heeft gevonden. Indien gewenst mag de nieuwe partner toegevoegd worden mits de nieuwe partner tevens eigenaar, schuldenaar en bewoner wordt. Natuurlijk moet de nieuwe partner voldoen aan de dan geldende NHG-regelgeving.

Voor ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is het uitgangspunt dat sprake moet zijn van een relatiebeëindiging waarbij de vertrekkende partner de woning duurzaam dient te hebben verlaten, of zal verlaten. In het geval dat de vertrekkende partij nog ingeschreven staat op het huidige adres zijn opschortende voorwaarden van toepassing.

In het specifieke geval dat sprake is van ondernemerschap, is ontslag van de ondernemer uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de lening ook toegestaan, onder de nadrukkelijke voorwaarde dat de te ontslagen geldnemer geen (mede-)eigenaar (meer) is van de woning. De geldverstrekker dient hierbij er echter wel voor te zorgen dat bij een eventuele verkoop van de woning, in alle gevallen sprake dient te zijn van een verkoop vrij van huur en gebruik. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een ontruimingsverklaring. Het is in dat kader aan de geldverstrekker de geldnemer vooraf goed te informeren over de betekenis van een dergelijke verklaring en zich ervan te vergewissen dat de geldnemer zich bewust is van de gevolgen die deze verklaring met zich kunnen brengen.