6.5 Inkomen uit een (sociale) uitkering

  • 6.5.1

    Het inkomen uit een (sociale) uitkering kan voor de gehele looptijd van de lening in de toetsing worden betrokken indien sprake is van een niet-beperkte periode. De niet-beperkte periode dient te blijken uit: 

    a. een toekenningsbesluit; of
    b. een schriftelijke verklaring van de uitkerende instantie.

  • 6.5.2

    Indien het een inkomen uit een (sociale) uitkering betreft die niet blijvend van aard is, kan het inkomen worden meegeteld voor de periode dat zekerheid bestaat over hoogte van de uitkering.

  • 6.5.3

    Vanaf het moment dat sprake is van een afname van het inkomen, kan voor het toetsinkomen rekening worden gehouden met het sociaal minimum (= huidige bijstandsuitkering) indien en voor zover het huishouden van de aanvrager hierop recht heeft.

Meestal zijn (sociale) uitkeringen tijdelijk van aard, zoals bij een werkloosheidsuitkering. Hierbij is de duur van de uitkering afhankelijk van het arbeidsverleden De maximale duur van de WW wordt tussen 1 januari 2016 en 1 april 2019 stapsgewijs ingekort tot een maximum van 24 maanden.

Uitkeringen uit (sociale)verzekeringen kunnen alleen meegenomen worden indien er een toekenningsbesluit overlegd kan worden waaruit blijkt wat de duur en hoogte is van de uitkering. De hoogte mag hierin niet afhankelijk zijn van andere uitkeringen of een onzekerheid, zoals een (her)keuring. Om deze reden kunnen hiaat-regelingen niet meegenomen worden.

WIA

De WIA bestaat uit 2 regelingen: WGA en IVA. De WGA-uitkering is bestemd voor gedeeltelijk of niet duurzaam volledig arbeidsongeschikten. UWV vermeldt in de toekenningsbesluiten WIA alleen iets over de duur van de uitkering, als die bij aanvang van de uitkering al wordt vastgesteld. Dat laatste is alleen het geval bij de WGA loongerelateerde uitkering. Bij de overige WGA-uitkeringen (loonaanvullingsuitkering en vervolguitkering) is de duur niet vooraf vast te stellen en wordt daarom ook niet genoemd in de beschikking.

De IVA is bestemd voor volledig duurzaam arbeidsongeschikten. Deze uitkering is in principe permanent en wordt daarom doorgaans meegenomen als inkomen uit een blijvende uitkering.

WAO en WAZ

WAO en WAZ mogen als blijvende uitkeringen worden beschouwd, ongeacht de aanvangsdatum.

Wajong

In december 2015 heeft het WEW, na overleg met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vastgesteld in welke gevallen de Wajonguitkering als blijvend tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden beschouwd. Er zijn 3 soorten Wajonguitkering:

1.     Oude Wajong: dit geldt voor personen die zijn ingestroomd voor 1 januari 2010;

2.     Nieuwe Wajong: dit geldt voor personen die zijn ingestroomd van 2010 tot en met 2014;

3.     Wajong 2015: dit geldt voor personen die instromen vanaf 1 januari 2015.

Indien er een beoordeling op arbeidsvermogen is geweest, en hieruit blijkt dat er geen sprake van arbeidsvermogen, bedraagt de Wajonguitkering maximaal 75% van het wettelijk minimumloon. Als na beoordeling blijkt dat sprake is van arbeidsvermogen, wordt de uitkering verlaagd naar maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Het inkomen uit deze uitkering mag als blijvend worden beschouwd. 

In het geval dat er sprake is van arbeidsvermogen, kan het zijn dan er een combinatie is van een loondienstverband en een Wajong-uitkering. Er dient in dat geval rekening gehouden te worden met maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, aangezien deze blijvend is.