1.6 Gemiddelde koopsom en kostengrenzen

  • 1.6.1

    a. De gemiddelde koopsom voor woningen bedraagt € 310.000,-;
    b. De kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen bedraagt € 310.000,-;
    c. De kostengrens voor woningen met energiebesparende voorzieningen bedraagt € 328.600,-;
    d. De kostengrens voor nieuwbouwwoningen bedraagt € 310.000,-;
    e. De kostengrens voor nieuwbouwwoningen met aanvullende energiebesparende voorzieningen bedraagt € 328.600,-.

  • 1.6.2

    De kostengrens voor woonwagens bedraagt € 140.000,-.

  • 1.6.3

    De kostengrens voor woonwagenstandplaatsen bedraagt € 51.000,-.

Sinds 1 januari 2017 is een nieuwe methodiek van toepassing voor het vaststellen van de kostengrens voor woningen. Het WEW streeft er met deze systematiek naar dat:

woningen waarvan de koopsom maximaal gelijk is aan de gemiddelde koopsom in Nederland bereikbaar zijn onder NHG;
deze woning tegen de maximale, wettelijk vastgelegde LTV kan worden gefinancierd met NHG.
In de nieuwe methodiek wordt de kostengrens voor woningen vastgesteld aan de hand van de gemiddelde koopsom in Nederland en vermeerderd met de wettelijke toegestane Loan To Value (LTV). Omdat de wettelijke LTV-percentages verschillend zijn voor het niet (100%) of wel (106%) treffen van energiebesparende voorzieningen, is het gevolg dat er voortaan sprake zal zijn van twee kostengrenzen voor woningen. Een kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen en een kostengrens voor woningen met energiebesparende voorzieningen.

De gemiddelde koopsom wordt bepaald aan de hand van de maandelijkse publicatie van het Kadaster van de gemiddelde koopsom in Nederland. Om de gemiddelde koopsom voor NHG te berekenen wordt de gemiddelde koopsom genomen over de maanden juni, juli en augustus voorafgaand aan het jaar van wijziging en de uitkomst hiervan wordt afgerond op de dichtstbijzijnde € 5.000,-. De gemiddelde koopsom voor 2019 is vastgesteld op € 290.000,-.

Voorbeeld: als de gemiddelde koopsom, volgens publicatie van het Kadaster, € 291.435,- is, wordt de gemiddelde koopsom afgerond op de dichtstbijzijnde € 5.000,-. 

Let op:

Om in aanmerking te komen voor de verruimde kostengrens bij nieuwbouw, dienen er aanvullende energie besparende voorzieningen getroffen te worden. Dit houdt in, dat de reguliere aannemingsovereenkomst aan het bouwbesluit 2012 dient te voldoen en dat uit de meerwerklijst de aanvullende EBV dienen te blijken. De EBV mogen dus niet noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van de bouwgunning en een EPC van 0,4. Maar mogen alleen als extra bovenop de minimale eisen zijn. Wanneer de EPC gelijk of lager is dan 0 en dit blijkt uit de aannemingsovereenkomst, dan mag er ook gebruik gemaakt worden van de verruimde kostengrens bij nieuwbouw. Hier hoeft geen aanvullende documentatie voor anders dan de aanneemovereenkomst waar dit uit blijkt.

Voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen is een afwijkende kostengrens van toepassing. Deze wordt jaarlijks ook geïndexeerd. Hierbij hanteert NHG het jaarlijkse inflatiepercentage dat bekend was op 1 januari van het jaar dat de Voorwaarden & Normen gepubliceerd zijn (dus 1 januari 2019 voor V&N 2020). De bestaande hoofdsom word geïndexeerd met dit inflatiepercentage en afgerond op de dichtstbijzijnde € 1.000.

Het is niet toegestaan de kostengrenzen bij elkaar op te tellen indien sprake is van een gezamenlijke aankoop van een woonwagen en een woonwagenstandplaats. In dat geval moet men voldoen aan beide kostengrenzen afzonderlijk.