ARTIKEL B13 Verplichting bij verkoop van de woning na verzoek betaling verwachte verlies

  • 1.

    Als een geldverstrekker een verzoek tot een betaling verwachte verlies op grond van Artikel B11 bij de stichting heeft ingediend, dan is die geldverstrekker verplicht binnen één maand na ontvangst van de opbrengst van de voor de terugbetaling van de lening gestelde zekerheden of na ontvangst van de opbrengst van de verkoop van de woning:

    a.   ingeval er sprake is van een verlies, dit verlies in te dienen op de wijze omschreven in Artikel B12. Dit ingediende verlies zal worden beoordeeld conform Artikel B12;

    b.   ingeval er geen sprake is van een verlies, hiervan schriftelijk melding te doen aan de stichting.

  • 2.

    Als de stichting al een betaling verwachte verlies aan de geldverstrekker heeft gedaan, dan ontstaat met het indienen van het declaratieformulier als bedoeld in Artikel B12 respectievelijk de melding aan de stichting als bedoeld in Artikel B13 lid 1 sub b. een verplichting voor die geldverstrekker tot terugbetaling van een bedrag gelijk aan de betaling verwachte verlies. Tenzij lid 5 van toepassing is ontstaat deze verplichting uitsluitend ter verrekening daarvan met de betaling van het verlies op grond van Artikel B12. De stichting zal, zonder verplicht te zijn een verklaring tot verrekening aan de geldverstrekker uit te brengen, haar verplichting tot betaling van het verlies uit hoofde van Artikel B12A verrekenen met die verplichting. Door middel van deze verrekening betaalt de stichting het verlies uit hoofde van Artikel B12A (indien van toepassing) aan de geldverstrekker. De verrekening zal plaatsvinden op het in lid 3 respectievelijk lid 4 genoemde moment.

  • 3.

    Indien het door de stichting te betalen verlies groter is dan de betaling verwachte verlies, dan zal de stichting tevens het meerdere aan de geldverstrekker betalen conform Artikel B12. De in lid 2 genoemde verrekening zal plaatsvinden tegelijkertijd met de betaling door de stichting van het meerdere.

  • 4.

    Indien het door de stichting te betalen verlies lager is dan de betaling verwachte verlies, dan zal de geldverstrekker het verschil aan de stichting binnen één maand terugbetalen. De in lid 2 genoemde verrekening zal plaatsvinden op het moment dat de stichting haar beslissing op het verzoek van de geldverstrekker voor een betaling van het verlies kenbaar maakt aan de geldverstrekker

  • 5.

    Indien de stichting niet gehouden is een verlies te betalen maar wel al een betaling verwachte verlies aan de geldverstrekker heeft gedaan, dan zal die geldverstrekker de betaling verwachte verlies aan de stichting binnen één maand terugbetalen. 

De betaling verwachte verlies is geen borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW. Daardoor wordt voorkomen dat de stichting al subrogeert in de rechten van de geldverstrekker jegens de geldnemer bij het doen van een betaling verwachte verlies. De stichting zal een betaling verwachte verlies wel verrekenen met een betaling onder de borgtocht ter vergoeding van het verlies na verkoop. (Pas) op het moment dat (al dan niet geheel of gedeeltelijk door de verrekening) wordt betaald onder de borgtocht vindt subrogatie plaats.

De geldverstrekker moet na verkoop van de woning altijd actie ondernemen richting de stichting als een verzoek tot een betaling verwachte verlies is ingediend door de geldverstrekker (ongeacht of dat verzoek is gehonoreerd door de stichting). De stichting onderscheidt hierbij de volgende situaties:

Er is geen sprake van een verlies: Wanneer geen sprake is van een verlies, dan dient de geldverstrekker hiervan melding te doen bij de stichting. De geldverstrekker dient een gedane betaling verwachte verlies aan de stichting terug te betalen. 

Er is sprake van een verlies: De geldverstrekker moet een verliesdeclaratie indienen bij de stichting. De Stichting beoordeelt de verliesdeclaratie conform Artikel B12. De volgende situaties kunnen zich voordoen:
 

-       De stichting heeft eerder een betaling verwachte verlies gedaan: De betaling verwachte verlies wordt verrekend met het (deel van het) verlies dat de stichting dient te betalen aan de geldverstrekker. Mocht de betaling verwachte verlies hoger zijn dan het te betalen (deel van het) verlies, dan moet de geldverstrekker het verschil aan de stichting terugbetalen. Ook omgekeerd geldt dat als het te betalen (deel van het) verlies onder de borgtocht hoger uitvalt dan de betaling verwachte verlies, de stichting het meerdere aan de geldverstrekker zal betalen. De stichting zal tevens beoordelen of de geldnemer in aanmerking komt voor kwijtschelding van het verlies

 

-       De stichting is niet tot een betaling verwachte verlies overgegaan: Bijvoorbeeld, omdat de geldverstrekker de Normen niet in acht had genomen. In dat geval zal de stichting het verlies ook niet betalen. Toch dient de geldverstrekker melding te doen van een verkoop van de woning met verlies en daarbij het dossier in te dienen. De stichting zal op dat moment namelijk wel moeten kunnen beoordelen of de geldnemer in aanmerking komt voor kwijtschelding van het verlies onder de borgtocht.