ARTIKEL B11A Bepaling verwachte verlies

  • 1.

    Tot het verwachte verlies worden gerekend:

    a.     de nog niet afgeloste hoofdsom van één (of meer) lening(en) die de geldverstrekker aan de geldnemer heeft verstrekt, waarbij het gestelde in Artikel A1 lid 2 t/m lid 4 en Artikel B7 ten aanzien van de hoogte van de verplichting tot het doen van de betaling verwachte verlies van overeenkomstige toepassing is, verminderd met de marktwaarde van de woning vrij van huur en gebruik blijkens een taxatierapport. Het taxatierapport moet voldoen aan de eisen in Norm 1.7 en mag op de datum van het indienen van het verzoek tot de betaling verwachte verlies niet ouder zijn dan 6 maanden;

    b.     de achterstallige rente; 

    c.     de rente wegens te late betaling van rente en aflossing, over ten hoogste 12 maanden na het begin van het ontstaan van de betalingsachterstand;

  • 2.

    Op de som van lid 1 wordt 10% in mindering gebracht. Dit lid is niet van toepassing op (elk van) de (gezamenlijke) lening(en) waarvoor vóór 1 januari 2014 de oorspronkelijke offerte is uitgebracht.

Om de omvang van het verwachte verlies te kunnen bepalen is in dit artikel een opsomming gegeven van hetgeen onder het verwachte verlies valt. 

 

Het uitgangspunt is de nog niet afgeloste hoofdsom van de lening. Deze wordt altijd berekend alsof sprake is van een annuïtaire lening. Ook als bijvoorbeeld sprake is van een lening met een opbouwproduct wordt de niet afgeloste hoofdsom berekend alsof sprake is van een annuïtaire lening. Het opbouwproduct wordt verder niet meegenomen in de berekening van het verwachte verlies. Ook een eventueel bouwdepot wordt niet in mindering gebracht.

 

Voor de bepaling van de marktwaarde van de woning dient een taxatierapport te worden opgemaakt. Zie over de mogelijke vergoeding door de stichting van (een deel van) de taxatiekosten de toelichting op Artikel B11. Deze kosten maken in ieder geval geen onderdeel uit van het verwachte verlies. 

 

Verder mag bij de bepaling van het verwachte verlies de achterstallige rente worden opgeteld, alsmede de rente over deze achterstallige rente (tot een maximum van 12 maanden). 

 

Een voorbeeld hieronder om te verduidelijken hoe het verwachte verlies wordt bepaald:

 

Nog niet afgeloste hoofdsom                          €130.000

Hoofdsom o.b.v. annuïtaire berekening         €125.000

Achterstallige rente                                           € 9.500

Rente te late betaling                                        € 1.250

Taxatiekosten                                                     € 600

Getaxeerde marktwaarde                                 € 110.000

 

Het verwachte verlies is € 125.000 – € 110.000 + € 9.500 + € 1.250 = € 25.750. 

Op dit bedrag wordt vervolgens 10% eigen risico in mindering gebracht. Het eigen risico van 10% geldt uitsluitend voor borgstellingen die gebaseerd zijn op de Voorwaarden en Normen vanaf 1 januari 2014.