ARTIKEL A3 - Borgtochtbepaling

  • 1.

    De geldverstrekker dient in de overeenkomst waarin de lening is vastgelegd clausules van de volgende strekking
    op te nemen:


    a.“De lening is verstrekt met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Dit betekent dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, statutair gevestigd in ’s-Gravenhage, borg staat voor de terugbetaling van de lening van de klant aan de geldverstrekker na verkoop van de woning. Het gaat om een borgstelling in de zin van artikel 7:850 Burgerlijk Wetboek.“;

    b. “Kan de klant de lening na verkoop van de woning niet aan de geldverstrekker terugbetalen? Dan betaalt de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen de lening als borg aan de geldverstrekker terug als door de geldverstrekker aan bepaalde afspraken is voldaan. Daarnaast kan NHG onder opschortende voorwaarde(n) zijn verstrekt.
    Onder f. staat wat er dan voor de klant geldt.”;

    c. "De klant is ervan op de hoogte dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen alle informatie en documenten krijgt van de geldverstrekker die met de lening en de daarvoor gestelde zekerheden te maken hebben. De klant heeft de privacyverklaring van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen gelezen. De privacyverklaring staat op www.nhg.nl/privacy."

    d. “Heeft de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen de lening of een deel van de lening na verkoop van de woning als borg terugbetaald aan de geldverstrekker? Dan heeft de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen een vordering op de klant op grond van artikel 7:866 Burgerlijk Wetboek. Dit houdt in dat de klant dit bedrag aan de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen moet terugbetalen.
    De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen is in principe bereid om dit bedrag niet bij de klant op te eisen.
    Dit houdt in dat de klant het bedrag niet hoeft terug te betalen indien de klant naar het oordeel van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen voldoet aan alle criteria die hieronder staan (de zogeheten kwijtscheldingsregeling):

    1. de klant kon de lening echt niet betalen en de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen vindt de reden hiervan ‘te goeder trouw’; en
    2. de klant heeft ‘volledig meegewerkt’ om de lening zo goed mogelijk terug te betalen en om tot een zo hoog mogelijke opbrengst van de woning te komen.
      Heeft of had de klant genoeg inkomen, spaargeld of ander vermogen om de lening helemaal of voor een deel terug te betalen? Dan moet de klant meebetalen aan het bedrag dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen aan de geldverstrekker heeft betaald. De klant moet dat bedrag dan helemaal of voor een deel betalen aan de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen.”;
      De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen hanteert een vaste gedragslijn voor de kwijtscheldingsregeling. Deze vaste gedragslijn staat op www.nhg.nl/kwijtschelding.

    e. "Heeft de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen besloten dat de klant voldoet aan de criteria die hierboven bij d. staan? En moet de klant nog een deel van de lening aan de geldverstrekker terugbetalen?

    Dan hoeft de klant het gedeelte van de vordering, die is ontstaan door één of meer van de situaties die hieronder staan, niet te betalen aan de geldverstrekker:

    1. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen heeft de geldverstrekker niet of niet volledig betaald, omdat de geldverstrekker zich niet heeft gehouden aan de Voorwaarden en Normen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Deze Voorwaarden en Normen staan op www.nhg.nl.
    2. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen heeft de geldverstrekker niet of niet volledig betaald, omdat de geldverstrekker een eigen risico van 10% heeft.
    3. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen heeft de geldverstrekker niet of niet volledig betaald, omdat er een verschil is tussen de hypotheekvorm van de lening en een annuïteitenhypotheek waarbij de lening in 30 jaar wordt terugbetaald.”;

    f. “De klant weet dat NHG onder opschortende voorwaarde(n) kan zijn verstrekt. Dit betekent dat NHG pas geldt vanaf het moment dat aan de opschortende voorwaarde(n) is (zijn) voldaan. De klant is zich ervan bewust dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen de lening na verkooop van de woning niet aan de geldverstrekker terugbetaalt, zolang nog niet aan deze voorwaarde(n) is (zijn) voldaan. Is nog niet voldaan aan de opschortende voorwaarde(n)? Dan geldt niet wat hierboven bij c. en d. staat.”.

  • 2.

    De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen mag van de geldverstrekker eisen dat de geldverstrekker zich houdt aan wat hierboven bij 1. e. staat.

De borgstelling van de stichting is niet alleen een zekerheid op terugbetaling voor de geldverstrekker. Het is ook een vangnet voor de geldnemer. Bij een verliesdeclaratie beoordeelt de stichting, ongeacht of de stichting het verlies uitbetaalt aan de geldverstrekker, of de ex-eigenaar in aanmerking komt voor kwijtschelding van het verlies. Er zijn echter wel voorwaarden verbonden om in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Voorts wordt bij de toekenning c.q. afwijzing van het gedeclareerde verlies aan de geldverstrekker kenbaar gemaakt of de geldnemer(s) in aanmerking komt (komen) voor kwijtschelding. De geldverstrekker is verplicht zich te conformeren aan het oordeel van de stichting of voldaan is aan de voorwaarden voor kwijtschelding, ook indien de stichting het verlies afwijst of gedeeltelijk toekent (zie Artikel B14).

Om de geldnemer bewust te maken dat er voorwaarden aan de kwijtschelding zijn verbonden, dient de geldverstrekker clausules in de leningovereenkomst op te nemen waarin de voorwaarden voor kwijtschelding zijn benoemd. Ook dient te worden verwezen naar de webpagina waar de geldnemer de invulling die de stichting geeft aan de kwijtscheldingsregeling, kan terugvinden. Tevens dient in de leningovereenkomst te worden vastgelegd dat, indien van toepassing, de lening onder een opschortende voorwaarde is verstrekt. Dit is noodzakelijk zodat de geldnemer zich ervan bewust is dat bij aanvang van de lening nog niet direct sprake is van NHG, maar dat dit pas in gaat nadat is voldaan aan de reden van de opschortende voorwaarde (zie ook Norm 1.12).

Hierbij is het vooral van belang dat de geldnemer ervan op de hoogte is dat zolang de NHG nog niet in werking is getreden er ook geen beroep kan worden gedaan op NHG in welke vorm dan ook.

Indien de stichting heeft geoordeeld dat de klant voldoet aan de voorwaarden voor kwijtschelding, dan kan het zijn dat de geldverstrekker nog een (restant)vordering heeft die niet door de stichting betaald is aan de geldverstrekker. Indien het gedeelte van deze (restant)vordering van de geldverstrekker die niet door de stichting betaald is, is ontstaan door één of meer van de situaties die in Artikel A3, lid 1 sub d staan vermeld, dan hoeft de klant dat gedeelte van de vordering niet te betalen aan de geldverstrekker.