ARTIKEL A2 - Voorwaarden borgtocht

  • De stichting is alleen borg indien:

  • 1.

    een eerste hypotheek en/of eerste pandrecht ten behoeve van de geldverstrekker op de woning is gevestigd, onder de voorwaarde dat de opbrengst bij uitwinning in de eerste plaats wordt aangewend voor de betaling van al hetgeen de geldverstrekker uit hoofde van de lening(en) van de geldnemer te vorderen heeft;

  • 2.

    ingeval op grond van de Normen of door overname van een door SVn reeds verstrekte Starterslening een aanvullende lening is verstrekt:

    a. deze aanvullende lening is verstrekt door de geldverstrekker die schuldeiser is ten aanzien van de vordering(en) uit hoofde van de bestaande lening(en) onder verband van eerste hypotheek en/of eerste pandrecht op de woning;

    b. een eerste dan wel tweede hypotheek en/of een eerste dan wel tweede pandrecht ten behoeve van de geldverstrekker op de woning is gevestigd, onder de voorwaarde dat de opbrengst bij uitwinning in de eerste plaats – behoudens hetgeen de geldverstrekker te vorderen heeft uit hoofde van de (restantschuld van de) lening(en), onder verband van eerste hypotheek en/of eerste pandrecht, die bestaat (bestaan) op het moment van offreren van de aanvullende lening – wordt aangewend voor de betaling van al hetgeen de geldverstrekker uit hoofde van de aanvullende lening van de geldnemer te vorderen heeft;

  • 3.

    in de hypotheekakte respectievelijk pandakte bedongen is dat de woning niet mag worden verhuurd, niet in huurkoop mag worden verkocht of onder welke titel ook aan derden ter beschikking mag worden gesteld, tenzij met schriftelijke toestemming van de geldverstrekker;

  • 4.

    de geldverstrekker de geldnemer er schriftelijk toe heeft verplicht dat de woning bij een verzekeringsmaatschappij die op grond van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het schadeverzekeringsbedrijf mag uitoefenen, op basis van herbouwwaarde verzekerd wordt en blijft tegen brand- en stormschade en dat de premies van de verzekering stipt op tijd worden voldaan;

  • 5.

    de lening luidt in euro’s.

Voor iedere lening met NHG geldt dat de geldverstrekker verplicht is om als zekerheid een hypotheek op de woning te vestigen. Indien het een woonwagen betreft dient een pandrecht te worden gevestigd.

 

Een aanvullende lening kan, mits er sprake is van een hogere inschrijving van de 1e hypotheek, onder het recht van 1e hypotheek worden verstrekt. De aanvullende lening kan ook onder het recht van 2e hypotheek worden verstrekt. Een 3e hypotheek is niet mogelijk. Een aanvullende lening kan alleen worden verstrekt op basis van Norm 3.

 

De geldverstrekker moet de hypotheekakte zo vormgeven dat de hypotheekakte na uitwinning kan dienen als executoriale titel in de zin van artikel 430 Rv, zodat een eventuele restschuld op grond van de hypotheekakte zonder voorafgaande rechterlijke tussenkomst kan worden ingevorderd bij de geldnemer. Dit brengt namelijk een onnodige gang naar de rechter (en kosten) voor NHG met zich mee, die voorkomen kan worden. Dit kan door in de hypotheekakte al bestaande vorderingen concreet te omschrijven. Verder dienen in de akte omschreven toekomstige vorderingen rechtstreeks betrekking te hebben op een (op het tijdstip van het opstellen van de akte door de notaris) al bestaande en in de akte omschreven rechtsverhouding. Met andere woorden, het is niet voldoende om in de akte voor de omschrijving van de vordering passages op te nemen als ‘al hetgeen de bank nu of te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben etc. etc.’, zonder dat de vordering concreet wordt benoemd.