3.4 Toegestane kosten bij oversluiten of aanvullende lening

  • 3.4.1

    Indien sprake is van een lening in verband met kwaliteitsverbetering mag de lening uitsluitend betrekking hebben op: 

    a. het af te lossen bedrag van de bestaande lening; 
    b. de kosten van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10);  
    c. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport; 
    d. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en); 
    e. de kosten die verband houden met het afsluiten van de nieuwe lening. 

    Wanneer de kosten, zoals genoemd in Norm 3.4.1 sub c, d en e op de datum van het bindend aanbod van de lening nog niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting. 

    De totale kosten van a. en b. mogen niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6). 

  • 3.4.2

    Indien sprake is van een lening in verband met relatiebeëindiging of erfopvolging mag de lening uitsluitend betrekking hebben op: 

    a. het af te lossen bedrag van de bestaande lening; 
    b. het bedrag dat door de aanvrager aan de vertrekkende partner of overige erfgenamen voor de woning moet worden vergoed volgens de notariële akte van levering om de verdeling uit te voeren; 
    c. de kosten van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10); 
    d. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport; 
    e. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en); 
    f. de kosten die verband houden met het de verwerving en het afsluiten van de nieuwe lening. 

    Wanneer de kosten, zoals genoemd in Norm 3.4.2 sub d, e en f, op de datum van het bindend aanbod van de lening nog niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting. 

    Indien de notariële akte van levering ter uitvoering van de verdeling al is ingeschreven in de openbare registers, is een lening in verband met relatiebeëindiging of erfopvolging niet mogelijk.

    De totale kosten van a. tot en met c. mogen niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6). 

  • 3.4.3

    Indien sprake is van een lening in verband met afkoop erfpacht of verkrijgen volle eigendom van de grond mag de lening uitsluitend betrekking hebben op: 

    a. het af te lossen bedrag van de bestaande lening; 
    b. de totale kosten van: 
         - de afkoop van de toekomstige erfpachtcanonverplichtingen, mits de afkooptermijn tenminste gelijk is aan de looptijd van de lening; of 
         - het verkrijgen van het recht van volle eigendom van de grond; 
    c. de kosten van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10); 
    d. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport; 
    e. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en); 
    f. de kosten die verband houden met het de verwerving en het afsluiten van de nieuwe lening. 

    Bij afkoop van de erfpachtcanonverplichtingen geldt dat het recht van erfpacht na afkoop van de erfpachtcanonverplichtingen gedurende de looptijd van de lening niet kan eindigen door:
         - tijdsverloop; of 
         - opzegging zonder een passende vergoeding voor de waarde van de opstal. 

    Wanneer de kosten, zoals genoemd in Norm 3.4.3 sub d, e en f, op de datum van het bindend aanbod van de lening nog niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting. 

    De totale kosten van a. tot en met c. mogen niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6). 

     

  • 3.4.4

    Indien sprake is van een nieuwe lening mede ter aflossing van een bestaande lening in verband met het verbeteren van de individuele klantsituatie mag de lening uitsluitend betrekking hebben op: 

    a. het af te lossen bedrag van de bestaande lening; 
    b. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport; 
    c. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en); 
    d. de kosten die verband houden met het afsluiten van de nieuwe lening. 

    Wanneer de kosten, zoals genoemd in Norm 3.4.4 sub b, c en d, op de datum van het bindend aanbod van de lening nog niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting. 

  • 3.4.5

    Indien sprake is van een aanvullende lening in verband met het aflossen van een reeds bestaande SVN Starterslening mag de lening uitsluitend betrekking hebben op: 

    a. de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande hypothecaire SVN Starterslening inclusief het deel van de lening dat bestemd is voor aflossing; 
    b. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport; 
    c. de kosten die verband houden met het afsluiten van de nieuwe lening.  

    Wanneer de kosten, zoals genoemd in Norm 3.4.5 sub b en c, op de datum van het bindend aanbod van de lening nog niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting. 

    De totale kosten onder a. mogen niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6). 

    De toetsing van de nieuwe financiering dient plaats te vinden conform Norm 3.1.2.

 

3.4.1 Kwaliteitsverbetering

Onder kwaliteitsverbetering valt ook het uitbreiden van de woning. Voorbeelden hiervan zijn het aanbrengen van een extra verdieping op de woning, een uitbouw, maar ook de aankoop van een aangrenzend stuk grond of garage die in fiscale zin onderdeel uitmaakt van de woning.

Een verbouwing welke al is uitgevoerd, kan niet worden gefinancierd met NHG. De kosten liggen namelijk voor de datum van het uitbrengen van het bindend krediet aanbod.

 

3.4.2 Relatiebeëindiging of erfopvolging

Onder relatiebeëindiging valt ook het stopzetten van een samenwoning. Stel een broer en een zus hebben samen een woning aangekocht en deze dient voor beiden als het hoofdverblijf. Eén van de twee besluit de woning definitief te verlaten. Deze situatie kan dan als relatiebeëindiging worden beschouwd.

De akte van verdeling, die is opgesteld door de notaris, mag nog niet zijn gepasseerd. Achtergrond hiervan is dat het eigendom al is overgedragen door het passeren van de akte. De mogelijkheid voor een lening met NHG komt dan te vervallen.

Het toevoegen van een nieuwe partner bij relatiebeëindiging is mogelijk. Wel dient de nieuwe partner naast schuldenaar ook eigenaar en bewoner te worden. Voor het deel wat de nieuwe partner verwerft in eigendom kan overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. De te betalen overdrachtsbelasting valt onder de kosten van verwerving en financiering en kan mee worden gefinancierd. Ditzelfde geldt voor de te betalen successie- of schenkingsrechten bij erfopvolging.

 

3.4.3 Afkoop erfpacht of verkrijgen volle eigendom

Indien een lening wordt afgesloten voor het afkopen van de erfpachtcanon mag de resterende duur van de erfpachtovereenkomst niet korter zijn dan de duur van de lening, tenzij uit de erfpachtovereenkomst blijkt dat – indien de erfpachtovereenkomst niet wordt verlengd – een passende vergoeding voor de opstallen wordt gegeven. De betaling van een passende vergoeding is bij wet geregeld voor erfpachtovereenkomsten die zijn aangegaan vanaf 1 januari 1992. 

 

3.4.4 Verbeteren individuele klantsituatie

Deze mogelijkheid is specifiek bedoeld voor het oversluiten van een bestaande lening naar een lening met NHG, waarbij de individuele situatie van een klant verbetert. Voorbeelden hiervan zijn het omzetten van een aflossingsvrije lening naar een lening met aflosvorm, betere leningsvoorwaarden of een lager rentepercentage waardoor de geldnemer een meer verantwoorde lening krijgt.

 

3.4.5 Aflossen van een reeds bestaande SVN starterslening

Een aanvullende lening mag gebruikt worden voor het aflossen van een reeds bestaande SVN starterslening. Tegenwoordig bestaat een SVN starterslening uit twee delen. Een deel hiervan valt in box 1 en de ander in box 3 (de combinatielening). Beide delen mogen in de aanvullende lening mee worden gefinancierd.

Over de reguliere starterslening heeft de geldnemer al borgtochtprovisie betaald. Over dit deel van de lening is daarom geen borgtochtprovisie verschuldigd. 

Omdat er sprake is van een oversluiting van NHG naar NHG, hoeft de klant voor NHG ook geen LTI of LTV toets te doen.