3.3 Aanvullende lening

  • 3.3.1

    Op een bestaande lening met of zonder borgstelling in de zin van artikel 7:850 BW kan een aanvullende lening met borgstelling worden verstrekt. Deze aanvullende lening is alleen mogelijk onder de voorwaarden dat: 

    a. deze wordt afgesloten bij de geldverstrekker van de bestaande lening; 
    b. tot zekerheid voor de vordering(en) die is (zijn) ontstaan uit de aanvullende lening een eerste dan wel tweede hypotheek en/of een eerste dan wel tweede pandrecht op de woning wordt gevestigd volgens Artikel A2, lid 2, van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2020-2; 
    c. indien sprake is van het verkrijgen van volle eigendom van de grond door de erfpachter, dient het onder b. genoemde recht te worden gevestigd op de woning en de bijbehorende grond. 
    d. de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande hypothecaire lening(en) niet meer bedragen dan de marktwaarde, vrij van huur en gebruik voordat één van de redenen, zoals beschreven in Norm 3.1.2 is uitgevoerd. 

  • 3.3.2

    De aanvullende lening dient gebruikt te worden voor: 

    a. kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (Norm 3.4.1); 
    b. relatiebeëindiging of erfopvolging (Norm 3.4.2); 
    c. afkoop erfpacht of verkrijgen volle eigendom van de grond (Norm 3.4.3); of 
    d. het aflossen van een reeds bestaande starterslening bij SVN (Norm 3.4.5). 

    Het is daarmee dus niet toegestaan om de kosten voor het aflossen van een lening(deel) en/of renteherziening te financieren in een aanvullende lening.

  • 3.3.3

    De borgtochtprovisie wordt berekend over het verschil tussen de hoogte van de totale hoofdsom van de nieuwe lening en de restantschuld van de bestaande lening met borgstelling (zie deel 1: definities). Wanneer er geen sprake is van een reeds bestaande borgstelling, wordt de borgtochtprovisie over de gehele lening berekend. Indien er sprake is van een aflossing van een reeds bestaande starterslening conform Norm 3.3.2.d., dan is geen geen borgtochtprovisie verschuldigd over de aanvullende lening.

  • 3.3.4

    Indien sprake is van een bestaande lening zonder borgstelling in de zin van artikel 7:850 BW, mag de marktwaarde vrij van huur en gebruik volgens een taxatierapport (zie Norm 1.7) niet meer bedragen dan de gemiddelde koopsom  (zie Norm 1.6). Indien sprake is van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen mag de marktwaarde na uitvoering niet meer bedragen dan de gemiddelde koopsom (zie Norm 1.6). 

  • 3.3.5

    De totale hoofdsom van de lening mag niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6).

  • 3.3.6

    De totale hoofdsom van de lening mag niet meer bedragen dan het van toepassing zijnde percentage van de waarde van de woning (zie Norm 5.1.2).  

  • 3.3.7

    In de toetsing dient conform Norm 7.9 rekening te worden gehouden met de som van de bestaande en de aanvullende lening.

    Uitsluitend indien hoofdelijk ontslag volgens Artikel B1 wordt uitgevoerd en tegelijkertijd een aanvullende lening wordt afgesloten voor de kosten genoemd onder Norm 3.4.2 sub b, is het toegestaan om de gehele lening te toetsen volgens Deel 4: Beheercriteria, mits:

    a. financiering op basis van Norm 7.1.4 niet mogelijk is; en
    b. deze afwijking in de specifieke situatie naar het oordeel van de geldverstrekker verantwoord is. 

Indien sprake is van een aanvullende lening dient de geldverstrekker dezelfde geldverstrekker te zijn als van de bestaande lening. Achtergrond bij deze keuze is dat bij eventuele betalingsproblemen de beheersmaatregelen door dezelfde geldverstrekker kunnen worden uitgevoerd. Dit voorkomt mogelijke knelpunten bij een eventuele uitwinning van het hypotheekrecht.

Een aanvullende lening dient te worden gebruikt voor één van de redenen, zoals beschreven in Norm 3.3.2. 

Bij een aanvullende lening, waarbij de bestaande lening zonder NHG is, mag de getaxeerde marktwaarde niet hoger zijn dan de vgemiddelde koopsom. Deze regel geldt niet voor een bestaande lening met NHG. Is sprake van een bestaande lening waarvan een deel met NHG en een deel zonder NHG is, dan mag de getaxeerde marktwaarde niet hoger zijn dan de van toepassing zijnde kostengrens. 

Als er een aanvullende lening wordt aangevraagd voor een nieuwbouw woning, dan dient de woning te worden getaxeerd.

Aanvullende lening in verband met relatiebeëindiging

In de toetsing dient conform Norm 7.9 rekening te worden gehouden met de som van de bestaande en de aanvullende lening. Uitsluitend indien (1) volgens Artikel B1 hoofdelijk ontslag wordt uitgevoerd,(2) tegelijkertijd een aanvullende lening wordt afgesloten voor de kosten, zoals beschreven in Norm 3.4.2.b en (3) indien financiering op basis van Norm 7.1.4 niet mogelijk is, mag op basis van Deel 4: beheercriteria worden getoetst, voor zover deze afwijking naar het oordeel van de geldverstrekker verantwoord is. Dit betreft een explain situatie in de zin van artikel 4 lid 1 van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Indien het in de specifieke situatie naar het oordeel van de geldverstrekker verantwoord is om deze afwijking toe te passen, dan dient hij dit te onderbouwen door middel van een werkelijke lasten berekening en/of Nibud-begrotingsformulier. In alle overige situaties is het niet toegestaan om de aanvullende lening te toetsen op basis van beheercriteria.

Voor het toetsen op deze beheercriteria dienen de volgende stappen uitgevoerd te worden:

1 Toetsen op reguliere acceptatiecriteria (Annuïtair);

2 Cijfermatige motivatie afwijken acceptatiecriteria*;

3 Beheertoets uitvoeren;

4 Indien voorgaande niet haalbaar is, voorleggen aan NHG.

Indien de aanvraag haalbaar is bij stap 1 of 3, dan kan zonder expliciete toestemming van NHG de lening verstrekt worden. 

Het is niet mogelijk om een boeterente te financieren in een aanvullende lening. NHG stimuleert woningbezit en -behoud. Het meefinancieren van een boeterente valt hier niet onder.

*Voordat er afgeweken mag worden op de acceptatiecriteria, dient de adviseur of de geldverstrekker cijfermatig te onderbouwen of de klant de nieuwe lasten kan dragen. Dit kan op verschillende wijzen:

- Werkelijke lastentoets obv acceptatieregels (Rente<10 jr  = 5%, aflossingsvrij, etc.)

- Nibud begrotingsformulier waaruit de bestedingsruimte van de klant blijkt.