ARTIKEL B13 - Bepaling verlies

  • 1.

    Tot het verlies worden gerekend:

    a. de restantschuld, te bepalen met inachtneming van het gestelde in Artikel A1;

    b. de achterstallige rente;

    c. de rente wegens te late betaling van rente en aflossing, over ten hoogste 12 maanden na het begin van het ontstaan van de betalingsachterstand;
    d. door de geldverstrekker betaalde premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade aan de woning indien de geldnemer in verzuim is met de betaling van dergelijke premies;

    e. door de geldverstrekker bij dreigende gedwongen onderhandse of executoriale verkoop van de woning betaalde premies van een door de geldnemer gesloten opbouwproduct indien de geldnemer in verzuim is met de betaling van deze premies en voor zover betaling daarvan van belang is ter beperking van verhaalmogelijkheden en/of het verlies;

    f. kosten van dringend onderhoud en herstel;

    g. bij executoriale verkoop: de kosten, die zijn gemaakt voor de veilingbiljetten, het kadastraal onderzoek, de oproeper, de zaalhuur, de inzetpremie (onder welke benaming dan ook), griffierechten, procureurskosten;

    h. eventuele andere kosten, die ertoe strekken een gedwongen onderhandse verkoop van de woning mogelijk te maken in geval van faillissement, surseance van betaling en bij een wettelijke schuldsaneringsregeling, indien daardoor een per saldo lager verlies is te verwachten dan bij executoriale verkoop en welke kosten niet de afkoop van vorderingen van derden betreffen;

    i. de kosten van één taxatie, of, indien de president van de rechtbank tot een recenter opgemaakt taxatierapport heeft verplicht: de kosten van twee taxaties;

    j. de kosten van het in de openbare registers doorhalen van de inschrijving van de hypotheek;

    k. de gerechtskosten voor zover die rechtstreeks verband houden met de uitwinning;

    l. de achterstallige bijdragen aan de Vereniging van Eigenaren met inachtneming van het gestelde in de alsdan geldende Gedragslijn Intensief Beheer;
    m. de achterstallige canonverplichtingen;

    n. de verschuldigde Onroerendezaakbelasting, Rioolheffing en Waterschapslasten;

    o. overige kosten die worden gemaakt ter beperking van het verlies, voor zover de beperkende werking hiervan kan worden aangetoond overeenkomstig het vergoedingenoverzicht in de alsdan geldende Gedragslijn Intensief Beheer. 

    In het verlies is in geen geval begrepen de boete die eventueel verschuldigd is bij vervroegde algehele aflossing van de lening.

  • 2.

    Op de som van lid 1 wordt 10% in mindering gebracht.

  • 3.

    Indien de borgtocht waarop het verlies betrekking heeft, is gegeven krachtens Artikel B4 voor de aflossing van (een) (gezamenlijke) lening(en), mits voor (elk van) die (gezamenlijke) lening(en) vóór 1 januari 2014 de oorspronkelijke offerte is uitgebracht, is lid 2 niet van toepassing.

Om de omvang van het verlies te kunnen vaststellen is in dit artikel een opsomming gegeven wat onder het verlies worden verstaan, inclusief 10% eigen risico voor de geldverstrekker. Dit eigen risico geldt uitsluitend voor borgstellingen die gebaseerd zijn op NHG-regelgeving vanaf 1 januari 2014. Voor verliesdeclaraties die gebaseerd zijn op eerdere NHG-regelgeving, geldt dit eigen risico niet.