ARTIKEL B12A - Inning (restant)vordering

  • 1.

    Indien de geldverstrekker een verzoek tot betaling van verlies heeft ingediend bij de stichting, zal de stichting beslissen of naar haar oordeel de geldnemer wel of niet heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in Artikel A3 lid 1 sub c.

  • 2.

    De stichting zal haar in lid 1 genoemde beslissing schriftelijk kenbaar maken aan de geldverstrekker.

  • 3.

    Indien de geldnemer naar het oordeel van de stichting niet heeft voldaan aan de voorwaarden als genoemd in Artikel A3 lid 1 sub c., dan is de geldverstrekker  gerechtigd over te gaan tot invordering van zijn (restant)vordering op de geldnemer overeenkomstig zijn eigen beleid ter zake.

  • 4.

    Indien de geldnemer naar het oordeel van de stichting wel heeft voldaan aan de voorwaarden als genoemd in Artikel A3 lid 1 sub c., dan is de geldverstrekker niet gerechtigd over te gaan tot invordering van zijn (restant)vordering op de geldnemer, voor zover die (restant)vordering door de stichting niet aan de geldverstrekker is betaald, omdat:

    a. de stichting daar krachtens Artikel B12 lid 3 niet toe is gehouden;
    b. die betrekking heeft op het 10% eigen risico dat krachtens Artikel B13 lid 2 niet door de stichting aan de geldverstrekker wordt vergoed; en/of
    c. die krachtens Artikel B13 lid 1 sub a. niet tot de restantschuld behoort.

  • 5.

    Indien de geldverstrekker het niet eens is met de beslissing van de stichting, dan dient de geldverstrekker binnen zes weken na dagtekening (zie lid 2) zijn bezwaren kenbaar te maken aan de stichting.

Bij de beoordeling van de verliesdeclaratie wordt niet alleen de verliesdeclaratie beoordeeld maar tegelijkertijd wordt een beoordeling gedaan of de ex-eigenaar(s) in aanmerking komt (komen) voor kwijtschelding van de ontstane schuld. Omdat beide beoordelingen tegelijkertijd plaatsvinden, wordt hiermee de periode van onzekerheid voor de ex-eigenaar tot een minimum beperkt.

Voorts wordt bij het besluit aan de geldverstrekker kenbaar gemaakt of de geldnemer(s) in aanmerking komt (komen) voor kwijtschelding.

De geldverstrekker is verplicht zich te conformeren aan het oordeel van de stichting of voldaan is aan de voorwaarden voor kwijtschelding, ook indien de stichting het verlies afwijst of gedeeltelijk toekent. Dit kan in voorkomende gevallen betekenen dat de geldverstrekker geen verlies krijgt uitgekeerd omdat de NHG-regelgeving niet correct is toegepast, maar ook dat de geldverstrekker het verlies niet mag verhalen op de ex-eigenaar omdat de stichting kwijtschelding heeft verleend voor de schuld.