Definities

  • a.

    Stichting:
    Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage.

  • b.

    Nationale Hypotheek Garantie:
    publicitaire naam van de door de stichting verstrekte borgtocht.

  • c.

    Woning:
    1. een in Nederland gelegen voor permanente bewoning bestemd en geschikt of geschikt te maken en als hoofdverblijf dienend gebouw of een gedeelte daarvan, vrij van huur(koop) en/of (vrucht)gebruik van de woning;
    2. de bij dat gebouw behorende grond;
    3. een woonwagen – niet zijnde een woonwagen met een eigen aandrijving of een woonwagen die ingevolge de Wegenverkeerswet zonder ontheffing over een weg mag worden voortbewogen – of woonwagenstandplaats die is gelegen op een centrum dat niet is aangewezen om te worden opgeheven.

  • d.

     Verkrijgen in eigendom:
    1. het verwerven van de eigendom;
    2. het vergroten van een aandeel in de eigendom;
    3. het verkrijgen van een recht van opstal, een recht van erfpacht of een appartementsrecht.

  • e.

    Kwaliteitsverbetering:
    het treffen van voorzieningen in verband met herstel van achterstallig onderhoud, verbetering en/of uitbreiding van de woning, waarbij de voorzieningen volgens verkeersopvatting onderdeel gaan uitmaken van de woning of zodanig met de woning worden verbonden dat zij daarvan niet kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan de woning of de voorzieningen.

  • f.

    Energiebesparende voorzieningen:
    een HR ketel, gevel-, dak-, leiding- vloerisolatie, HR++ (of hoger) beglazing, energiezuinige kozijnen en/of deuren en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen, energiezuinige ventilatie inclusief hoog rendement ventilatoren, een warmtepomp, warmteterugwinning, een zonneboiler, zonnecellen of een combinatie hiervan.

  • g.

    Energieneutrale woning (ook bekend als Nul-op-de-Meter-woning):
    woning met een energie-index of een energieprestatiecoëfficiënt gelijk aan of lager dan nul of een woning waarvan de ingaande en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie bij een normaal leefpatroon op jaarbasis gelijk zijn aan of lager zijn dan nul en met een additionele energieopwekkingscapaciteit voor gebruikersgebonden energie van ten minste:

    1.    3.150 kWh indien het een vrijstaande of half vrijstaande woning betreft;
    2.    2.700 kWh indien het een rijwoning betreft; of
    3.    1.780 kWh indien het een appartement betreft.

  • h.

    Waarde van de woning:

    1.     bestaande woning:
    de marktwaarde vrij van huur en gebruik (eventueel na verbouwing) blijkens het taxatierapport;

    2.     nieuwbouwwoning:
    de koop-/aannemingssom dan wel de kosten volgens de begroting van een bouwkundig bedrijf, eventueel (indien en voor zover niet begrepen onder de koop-/ aannemingssom) vermeerderd met:

    a.  de kosten van de grond;
    b. de kosten van meerwerk en/of de kosten van energiebesparende voorzieningen
    c. bouwrente;
    d. renteverlies tijdens de bouwperiode;
    e. de kosten van aansluiting op de nutsvoorzieningen;
    f. de kosten van de bouw;
    verminderd met de kosten van minderwerk.

  • i.

    Bestaande eigenwoningschuld:
    de eigenwoningschuld van een geldnemer  als bedoeld in artikel 10 bis 1 Wet IB 2001.

  • j.

    Aanvrager:
    degene die om verstrekking van een Nationale Hypotheek Garantie verzoekt.

  • k.

    Geldnemer:
    iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie een borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW van de stichting tot stand is gekomen tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en).

  • l

    Geldverstrekker:
    degene met wie de stichting een standaardovereenkomst van borgtocht in de zin van artikel 7:850 BW ter zake van leningen aan geldnemers heeft gesloten.

  • m

    Aanvraagdatum:
    datum waarop de aanvraag is ingediend.

  • n

    Aanvraag:

    het verzoek aan de geldverstrekker tot het verstrekken van een lening. Uit de aanvraag dient in ieder geval te blijken:

    • naam, adres en woonplaats van de aanvrager(s);
    • het onderpand waarvoor de lening wordt aangevraagd;
    • de naam van de geldverstrekker;
    • aanvraagdatum.
  • o

    Datum bindend aanbod:
    datum waarop het bindend aanbod van de lening aan de aanvrager(s) is uitgebracht.

  • p

    Lening:
    één (of meer) geldlening(en), waarvoor de stichting zich borg heeft gesteld, aangegaan door één (of meer) geldnemer(s) met een geldverstrekker.

  • q

    Fiscale lening:
    één (of meer) lening(en) waarvan de rente op grond van de Wet IB 2001 volledig fiscaal aftrekbaar is en waarvoor de stichting zich geen borg heeft gesteld.

  • r

    Relatiebeëindiging:
    echtscheiding, beëindiging van een geregistreerd partnerschap of beëindiging van een duurzaam samenwonen.

  • s

    Statuten:
    de statuten van de stichting.

  • t

    Normen:
    de uniforme en objectieve Normen als bedoeld in Artikel 8, lid 1, onder b. van de statuten.

  • u

    Taxateur:
    een persoon die als taxateur is ingeschreven in een door de stichting erkend register.

  • v

    Borgtochtprovisie:
    de door (een) geldnemer(s) aan de stichting verschuldigde vergoeding voor het verstrekken van een borgtocht.

  • w

    Levensverzekering:
    een overeenkomst van levensverzekering, waarvan de rechten door de verzekeringnemer aan de geldverstrekker zijn verpand tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van een geldnemer uit één (of meer) lening(en).

  • x

    Beleggingsovereenkomst:
    een overeenkomst op grond waarvan de geldnemer verplicht is beleggingen in aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en/of andere effecten te doen en welke beleggingen zijn verpand aan de geldverstrekker tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van de geldnemer uit één (of meer) lening(en).

  • y

    Spaarrekening Eigen Woning:
    een spaarrekening conform de fiscale regeling op grond waarvan de geldnemer verplicht is te sparen en welke spaartegoeden zijn verpand aan de geldverstrekker tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van de geldnemer uit één (of meer) lening(en).

  • z

    Opbouwproduct:
    een tot zekerheid voor aflossing van de lening meeverbonden levensverzekering, beleggingsovereenkomst of Spaarrekening Eigen Woning.

  • aa

    Gedwongen onderhandse verkoop:
    een onderhandse verkoop van de woning vanwege tekortkoming(en) door de geldnemer(s) in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de lening.

  • bb

    Executoriale verkoop:
    een verkoop als bedoeld in Artikel 3:268 en/of in Artikel 3:248 van het Burgerlijk Wetboek.

  • cc

    Datum van verkoop:
    1.  bij een executoriale verkoop: de datum waarop bij de veiling de afslag plaatsvindt;
    2.  bij een (gedwongen) onderhandse verkoop: de datum waarop de notariële akte van levering wordt getekend.

  • dd

    Financieringslast:
    het berekende bedrag aan rente en aflossing op basis van annuïteiten met een maandelijkse betaling achteraf, vermeerderd met het bedrag van de erfpachtcanon.

  • ee

    Restantschuld:
    de nog niet afgeloste hoofdsom van één (of meer) lening(en) verminderd met de (afkoop)waarde van het opbouwproduct.