7.9 Toetsrente en looptijd van de lening

  • 7.9.1

    Voor de vaststelling van het financieringslastpercentage dient van alle leningdelen de gemiddelde rente te worden gewogen op basis van de hoofdsom per leningdeel, het rentepercentage per leningdeel en de looptijd van het leningdeel.

  • 7.9.2

    Voor de toetsing wordt rekening gehouden met de rente  per leningdeel zoals blijkt uit het bindend aanbod mits deze 10 jaar of langer vaststaat. Indien sprake is van een (resterende) rentevastperiode korter dan 10 jaar, dient te worden getoetst op basis van de door de Autoriteit Financiële Markten gepubliceerde toetsrente of de rente zoals blijkt uit het bindend aanbod indien die hoger is. Indien echter sprake is van een (resterende) rentevastperiode korter dan 10 jaar en de lening aan het eind van de overeengekomen rentevastperiode is afgelost, mag rekening worden gehouden met de rente zoals blijkt uit het bindend aanbod.  

  • 7.9.3

    Het gewogen gemiddelde rentepercentage wordt berekend aan de hand van onderstaande formule:

    (K1 x L1 x R1) + (K2 x L2 x R2) + .... + (Kn x Ln x Rn)
    __________________________________________

    (K1 x L1) + (K2 x L2) + ... + (Kn x Ln)

    waarbij geldt:
    K = hoofdsom van het leningdeel
    L = (resterende) looptijd van het leningdeel in maanden
    R = toetsrente van het leningdeel
    1, 2, ..., n = aantal leningdelen

  • 7.9.4

    De aldus berekende rente dient rekenkundig te worden afgerond op 3 decimalen.

  • 7.9.5

    Deze berekening kan ook plaatsvinden met behulp van een programma dat beschikbaar is op de website van de stichting (www.nhg.nl).

De financieringslast moet per leningdeel worden vastgesteld. Het totale lasten van de leningdelen dienen te passen binnen de maximaal toegestane financieringslast. Om de maximaal toegestane financieringslast te kunnen berekenen is het noodzakelijk om te weten op basis van welk rentepercentage dit kan worden vastgesteld. Dit is met name van belang indien sprake is van verschillende leningdelen met verschillende rentepercentages en verschillende looptijden.

Verder is het van belang om zeker te zijn dat op termijn de lening ook kan worden betaald. Staat de rente van een leningdeel voor tien jaar of langer vast, dan kan rekening worden gehouden met de door de geldverstrekker aangeboden rentepercentage(s) zoals is opgenomen in het bindend aanbod. Is de rentevastperiode van het leningdeel korter, dan dient rekening te worden gehouden met de toetsrente zoals deze is gepubliceerd op de website van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) of de rente die blijkt uit het bindend aanbod indien deze hoger is.

Het is in bepaalde situaties mogelijk om hier een uitzondering op te maken.

De toetsrente heeft tot doel te voorkomen dat consumenten bij een scherpe rentestijging in de problemen komen. Voor leningdelen met een kortere looptijd dan 10 jaar én die in de resterende periode geheel worden afgelost én de rente van toepassing is voor de gehele resterende looptijd van het leningdeel, hoeft niet meer te worden beschermd tegen een scherpe rentestijging.

Voorbeeld:

Een consument van 62 jaar. Deze heeft 2 leningdelen. 1 leningdeel met een looptijd van 30 jaar met 1,8% rente met een rentevastperiode van 15 jaar en een leningdeel met een looptijd van 5 jaar met 1,2% rente met een rentevastperiode 5 jaar. Het leningdeel van 5 jaar is volledig afgelost op de pensioendatum.

Omdat het leningdeel van 5 jaar volledig wordt afgelost is een bescherming tegen een scherpe rentestijging van dit leningdeel overbodig. Derhalve mag rekening worden gehouden met de daadwerkelijke rente, in plaats van de AFM-rente.

Op de website van de stichting: www.nhg.nl is deze berekeningswijze in een rekentool opgenomen.