6.6 Naderend pensioen

  • 6.6.1

    Indien de aanvrager binnen 10 jaar na datum bindend aanbod de van toepassing zijnde AOW-leeftijd bereikt, wordt bij de berekening van het toetsinkomen rekening gehouden met de verwachte inkomensvermindering als gevolg van pensioen en/of AOW bij het bereiken van de AOW-leeftijd met het daarbij behorende financieringslastpercentage.

  • 6.6.2

    Het toetsinkomen waarbij op de AOW-leeftijd rekening mee dient te worden gehouden, dient te blijken uit de laatste opgave van het te bereiken pensioen zoals jaarlijks door de uitkerende instantie wordt verstrekt, of uit een afschrift van www.pensioenoverzicht.nl dat op bindend aanbod maximaal 3 maanden oud is.

  • 6.6.3

    Toekomstig inkomen uit een lijfrenteproduct mag ook tot het pensioeninkomen worden gerekend indien het een polis of Bankspaar-product betreft waarin een fiscale lijfrenteclausule is opgenomen en onder de voorwaarde dat:

    1. Toekomstige premies uitsluitend mogen worden meegenomen voor zover het reguliere premies betreft welke minimaal een jaar voorafgaand aan de datum bindend aanbod ook reeds verschuldigd waren; en
    2. de einddatum van de berekende uitkeringen mag niet liggen voor de einddatum van de lening.
    3. de geldverstrekker dient het inkomen uit lijfrente te bepalen aan de hand van de volgende rekenregels:
    - het prognoserendement bedraagt maximaal 4% of het historisch rendement indien dit lager is;
    - de rekenrente bedraagt maximaal de Ultimate Forward Rate (UFR) zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank.

  • 6.6.4

    Indien de geldnemer het voornemen heeft eerder met pensioen te gaan wordt bij de berekening van het toetsinkomen rekening gehouden met de verwachte inkomensvermindering.

Indien een aanvrager in de eerste tien jaar van de lening de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dient rekening te worden gehouden met het inkomen bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Hiervoor dient de datum waarop de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt te worden opgegeven in de toetsing. Om de juiste AOW-gerechtigde leeftijd te bepalen verwijzen wij u naar de Rijksoverheid.

Een AOW-uitkering wordt op dit moment voor 100% toegekend indien de aanvrager tussen het 15e en de AOW-gerechtigde leeftijd in Nederland heeft gewoond. Indien de aanvrager in deze periode in het buitenland heeft gewoond, wordt het recht op AOW voor ieder jaar dat men in het buitenland heeft gewoond, gekort met 2%. Een overzicht van het opgebouwde AOW-recht is desgewenst op te vragen bij de Sociale Verzekeringsbank. Komt het toetsinkomen door deze korting onder het sociaal minimum, dan kan men – indien en voor zover de aanvrager hier recht op heeft – het sociaal minimum als toetsinkomen hanteren.

Sommige aanvragers beschikken naast de pensioenopbouw (vaak via de werkgever), over een extra pensioenvoorziening bij dezelfde pensioenverstrekker, de zogeheten B- of C-polis. Indien van toepassing mag deze extra pensioenvoorziening als pensioeninkomen worden meegenomen.

Ook het toekomstig inkomen uit een lijfrentepolis mag worden meegenomen als pensioeninkomen mits in de polis een fiscale lijfrenteclausule is opgenomen.

Met ingang van 1 januari 2015 is de partnertoeslag komen te vervallen voor iedereen die op of na 1 januari 2015 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Dit betekent dat sprake is van een vermindering van het inkomen totdat de partner ook de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Kan men op dat moment niet beschikken over een andere vorm van inkomsten, dan kan een beroep worden gedaan op een aanvullende sociale uitkering.