3.5 Nieuwe lening - afkoop erfpacht of verkrijgen volle eigendom van de grond

  • 3.5.1

    Indien sprake is van afkoop van de erfpachtcanonverplichtingen of het verkrijgen van het recht van volle eigendom van de grond, is een nieuwe lening, mede ter aflossing van (een) bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en) mogelijk. Bij afkoop van de erfpachtcanonverplichtingen geldt dat het recht van erfpacht na afkoop van de erfpachtcanonverplichtingen gedurende de looptijd van de lening niet kan eindigen door:

    a. tijdsverloop; of
    b. opzegging zonder een passende vergoeding voor de waarde van de opstal.

  • 3.5.2

    De lening mag uitsluitend betrekking hebben op:

    a. de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en);
    b. de totale kosten van:
    - de afkoop van de toekomstige erfpachtcanonverplichtingen, mits de afkooptermijn tenminste gelijk is aan de looptijd van de lening; of
    - het verkrijgen van het recht van volle eigendom van de grond;
    c. de kosten van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10); 
    d. de kosten van het bouwkundig rapport en/of het taxatierapport;
    e. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en);
    f. de kosten van verwerving en financiering.

  • 3.5.3

    De som van Norm 3.5.2 a. en b. mag niet meer bedragen dan de marktwaarde vrij van huur en gebruik zoals deze wordt getaxeerd na afkoop van de toekomstige erfpachtcanonverplichting of het verkrijgen van het recht van volle eigendom van de grond.

  • 3.5.4

    Indien de kosten vermeld in Norm 3.5.2 d., e. en f. op de datum bindend aanbod van de lening niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting.

  • 3.5.5

    De som van Norm 3.5.2 a. tot en met f. mag niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6).

Indien de nieuwe lening wordt afgesloten voor het afkopen van de erfpachtcanon mag de resterende duur van de erfpachtovereenkomst niet korter zijn dan de duur van de lening tenzij uit de erfpachtovereenkomst blijkt dat - indien de erfpachtovereenkomst niet wordt verlengd - een passende vergoeding voor de opstallen wordt gegeven. De betaling van een passende vergoeding is bij wet geregeld voor erfpachtovereenkomsten die zijn aangegaan vanaf 1 januari 1992.