3.2 Aanvullende lening - kwaliteitsverbetering

  • 3.2.1

    Indien sprake is van een lening in verband met kwaliteitsverbetering, is een aanvullende lening mogelijk, onder de voorwaarden dat:

    a. de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande hypothecaire lening(en) niet meer bedraagt dan de marktwaarde, vrij van huur en gebruik voordat de kwaliteitsverbetering is uitgevoerd;
    b. tot zekerheid voor de vordering(en) uit hoofde van de aanvullende lening een eerste dan wel tweede hypotheek en/of een eerste dan wel tweede pandrecht op de woning wordt gevestigd overeenkomstig Artikel A2, lid 2, van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2018-1;
    c. deze wordt afgesloten bij de geldverstrekker van de bestaande lening.

  • 3.2.2

    De aanvullende lening mag uitsluitend betrekking hebben op:

    a. de kosten van de kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10);
    b. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport;
    c. de kosten van financiering.

  • 3.2.3

    Indien de kosten vermeld in Norm 3.2.2 b. en c. op de datum bindend aanbod niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting.

  • 3.2.4

    De som van de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande lening en de aanvullende lening mag niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6).

  • 3.2.5

    De borgstelling in de zin van artikel 7:850 BW van de Nationale Hypotheek Garantie is van toepassing op de aanvullende lening.

  • 3.2.6

    De borgtochtprovisie wordt berekend over de som van de restantschuld van de bestaande hypothecaire lening(en) en de aanvullende lening. Indien ten aanzien van de bestaande hypothecaire lening reeds sprake is van Nationale Hypotheek Garantie, wordt de borgtochtprovisie berekend over de aanvullende lening.

  • 3.2.7

    In de toetsing dient conform Norm 7.9 rekening te worden gehouden met de som van de bestaande lening en de aanvullende lening.

Doel van deze Norm is de bevordering van de kwaliteit van woningen zonder dat een volledig nieuwe lening hoeft te worden afgesloten. Veelal kiezen eigenaren die reeds een NHG op de lopende lening hebben, voor een aanvullende lening. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat de reeds lopende lening niet hoger mag zijn dan de marktwaarde van de woning op dat moment. Volgens deze Norm geldt tevens dat de som van de lopende lening en de aanvullende lening niet hoger mag zijn dan de kostengrens voor kwaliteitsverbetering.

Indien sprake is van het treffen van energiebesparende voorzieningen geldt een LTV van 106%. De extra leenruimte voor energiebesparende voorzieningen moet uiteraard volledig besteed worden aan energiebesparende voorzieningen.