3.1 Nieuwe lening in verband met kwaliteitsverbetering

  • 3.1.1

    Indien sprake is van een nieuwe lening in verband met kwaliteitsverbetering, mede ter aflossing van een bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en), is een nieuwe lening mogelijk. De lening mag uitsluitend betrekking hebben op:

    a. de nog niet afgeloste hoofdsom van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en), tot een maximum van de marktwaarde vrij van huur en gebruik voordat de kwaliteitsverbetering is uitgevoerd;
    b. de kosten in verband met de aflossing van de bestaande hypothecaire en/of fiscale lening(en);
    c. de kosten van kwaliteitsverbetering en/of energiebesparende voorzieningen (zie Norm 1.8.7, 1.9 en 1.10);
    d. de kosten van het taxatierapport en/of het bouwkundig rapport;
    e. de kosten van financiering.

  • 3.1.2

    Indien de kosten vermeld in Norm 3.1.1 b., d. en e. op de datum bindend aanbod van de lening niet exact bekend zijn, mogen deze worden bepaald op basis van een redelijke inschatting.

  • 3.1.3

    De som van Norm 3.1.1 a. tot en met e. mag niet meer bedragen dan de van toepassing zijnde kostengrens (zie Norm 1.6.).

Ter bevordering van de kwaliteit van woningen is in 1999 besloten leningen voor kwaliteitsverbetering toe te staan. Hierbij is het mogelijk gemaakt voor eigenaar-bewoners de “oude” lening over te sluiten naar een lening met NHG, ongeacht of reeds sprake is van NHG op de oude lening. 

De huidige lening mag worden meegefinancierd tot maximaal de huidige marktwaarde van de woning. Indien de huidige lening hoger is dan de marktwaarde, dient de geldnemer het verschil af te lossen uit eigen middelen of uit een financiering zonder NHG. Deze financiering dient in de toetsing te worden betrokken als een overige financiële verplichting.

Indien sprake is van het treffen van energiebesparende voorzieningen geldt een LTV van 106%. De extra leenruimte voor energiebesparende voorzieningen moet uiteraard volledig besteed worden aan energiebesparende voorzieningen.