1.10 Energiebesparende voorzieningen en Energiebespaarbudget

  • 1.10.1

    De kosten voor het treffen van energiebesparende voorzieningen (zie deel 1: definities van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2019-1) dienen te blijken uit het taxatierapport.

  • 1.10.2

    Indien op de datum van het bindend aanbod nog geen zekerheid bestaat over welke energiebesparende voorzieningen worden getroffen, is het de geldverstrekker toegestaan een energiebespaarbudget (zie deel 1: definities van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2019-1) hiervoor te reserveren zonder dat de verbetering is opgenomen in het taxatierapport.

  • 1.10.3

    Ten aanzien van energiebesparende voorzieningen geldt een depotverplichting voor het totale bedrag van de investering (zie Artikel B5 van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht 2019-1).

Onder energiebesparende voorzieningen worden de voorzieningen verstaan zoals limitatief opgenomen in de definities van de V&N 2019-1. De kosten van de voorzieningen moeten blijken uit een specificatie van de geldnemer of uit een taxatierapport. Een specificatie is een lijst met de voorgenomen energiebesparende voorzieningen, inclusief kosten per maatregel.

Voor het aanbrengen van energiebesparende voorzieningen kan extra geleend worden, in relatie tot de waarde van het onderpand (zie Norm 5.1.2) en in relatie tot het inkomen (zie Norm 7.6). Hiertoe moet de geldverstrekker, voor uitbetaling van EBV- gerelateerde facturen uit het bouwdepot, controleren of het facturen betreft voor energiebesparende voorzieningen. Hierbij is het toegestaan om facturen te vergoeden voor energiebesparende voorzieningen die afwijken van de oorspronkelijke specificatie. Voorwaarde daarbij is wel dat ook in de nieuwe situatie de lening minder is dan 106% van de marktwaarde na verbouwing.

Het bedrag in depot dat niet is aangewend voor energiebesparende voorzieningen dient te worden afgelost op de lening.

Wanneer er gebruik wordt gemaakt van het EnergieBespaarBudget, hoeft op voorhand geen specificatie aangeleverd te worden als bewijs van de te maken kosten en deze hoeven dus ook niet te blijken uit het taxatierapport. Uiteraard vindt uitbetaling plaats conform Artikel B5.