Gedragslijn restantvorderingen

De Gedragslijn Restantvorderingen is van toepassing op alle verstrekkingen vóór 1 januari 2014.

In Artikel B12, lid 4 van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht is de volgende bepaling opgenomen:

Indien de stichting ten gevolge van een verwijtbaar handelen of nalaten van de geldverstrekker het verlies niet of niet geheel betaalt, is de geldverstrekker verplicht ten aanzien van de inning van de restantvordering uit hoofde van de lening te handelen overeenkomstig de dan geldende gedragslijn van de stichting.

Regresbeleid

In Artikel A3, lid 1 onder c, van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht is vastgelegd dat de geldverstrekker in de leningovereenkomst clausules van de volgende strekking dient op te nemen:

Als de stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) als borg een betaling heeft gedaan aan de geldverstrekker, is het WEW in beginsel bereid de vordering ter zake van deze betaling niet bij de geldnemer in te vorderen mits en voor zover naar het oordeel van het WEW is gebleken dat:

  • de geldnemer ten aanzien van het niet kunnen betalen van de lening te goeder trouw is geweest; en
  • de geldnemer zijn volledige medewerking heeft verleend om tot een zo goed mogelijke terugbetaling van de lening en een zo hoog mogelijke opbrengst van de woning te geraken.

Gedragslijn

Deze bepalingen hebben de volgende consequenties voor het invorderingsbeleid van geldgevers ten aanzien van leningen met NHG, als het WEW niet of niet geheel is overgegaan tot uitbetaling van de verliesdeclaratie.

  • Indien de ex-eigenaar-bewoner naar het oordeel van de stichting niet heeft voldaan aan het gestelde in artikel A3, lid 1 onder c, is de geldverstrekker gerechtigd over te gaan tot invordering van de (restant)vordering overeenkomstig haar eigen beleid terzake
  • Indien de ex-eigenaar-bewoner naar het oordeel van het WEW wel heeft voldaan aan het gestelde in artikel A3, lid 1 onder c, is de geldverstrekker niet gerechtigd over te gaan tot invordering van de (restant)vordering&

In het besluit van het WEW inzake de verliesdeclaratie zal het WEW de geldverstrekker informeren over haar oordeel of de ex-eigenaar-bewoner wel of niet heeft voldaan aan het gestelde in artikel A3, lid 1 onder c. Indien de geldverstrekker het niet eens is met het oordeel van het WEW, kan de geldverstrekker binnen zes weken na dagtekening zijn bezwaren kenbaar maken aan het WEW.

De in het verleden gedane beoordelingen door het WEW of de ex-eigenaar-bewoner wel of niet heeft voldaan aan het gestelde in artikel A3, lid 1 onder c, kunnen door de geldverstrekker bij het WEW worden opgevraagd.

Deze gedragslijn is opgesteld in overleg met het Contactorgaan Hypothecair Financiers.