"NHG is van maatschappelijk belang omdat het de drempel voor het eigen woningbezit verlaagt."

Inhoud

Tekst van de statuten van Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, na partiële statutenwijziging bij akte op 9 juli 2009.

NAAM EN ZETEL

Artikel 1

  1. De stichting draagt de naam: "Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen".
  2. Zij is gevestigd te 's-Gravenhage.
Sluit Lees meer over

DEFINITIES

Artikel 2
In deze statuten wordt verstaan onder:

a. stichting:
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen;

b. woning:
In deze statuten wordt verstaan onder:

  • een voor permanente bewoning geschikt gebouw of een gedeelte daarvan;
  • de eventueel bij dat gebouw behorende grond;
  • een woonwagen of woonwagenstandplaats;

c. verkrijgen in eigendom:

  • het verwerven van de eigendom;
  • het vergroten van een aandeel in de eigendom;
  • het verkrijgen van een recht van opstal, een recht van erfpacht, een appartementsrecht of een ander beperkt recht;
  • het verkrijgen van een lidmaatschapsrecht van een coöperatie, waaraan verbonden het recht van gebruik en bewoning;

d. kwaliteitsverbetering:
het treffen van bouwkundige voorzieningen aan een woning, een en ander zoals nader wordt uitgewerkt in de normen, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder a;

e. energieprestatieverbetering:
het treffen van energieprestatieverbeterende voorzieningen aan een woning, een en ander zoals nader uitgewerkt in de voorwaarden, als bedoeld onder artikel 8 lid 1 onder d;

f. geldnemer:
iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie de stichting een overeenkomst van borgtocht heeft gesloten tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en):

  • voor het verkrijgen in eigendom van een door hem te bewonen, in Nederland gelegen woning, of;
  • in verband met kwaliteitsverbetering van een in Nederland gelegen woning die hem in eigendom toebehoort en door hem wordt bewoond;`

g. geldgever:
degene met wie de stichting een overeenkomst van borgtocht ter zake van een lening aan een geldnemer, heeft gesloten;

h. kredietnemer:
iedere natuurlijke persoon, ten behoeve van wie de stichting een overeenkomst van borgtocht heeft gesloten tot zekerheid voor de nakoming van zijn betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit (een) lening(en) voor energieprestatieverbetering van een in Nederland gelegen woning die hem in eigendom toebehoort en door hem wordt bewoond;

i. kredietverstrekker:
degene met wie de stichting een overeenkomst van borgtocht ter zake van een lening aan een kredietnemer heeft gesloten;

j. de NVB:
de Nederlandse Vereniging van Banken te Amsterdam;

k. de VEH:
de Vereniging Eigen Huis te Amersfoort;

l. de VNG:
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te 's-Gravenhage;

m. de Minister:
de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;

n. deelnemende gemeenten:
gemeenten die met de stichting een overeenkomst zijn aangegaan zoals bedoeld in artikel 5 lid 3.

Sluit Lees meer over

DOEL EN MIDDELEN

Artikel 3

  1. De stichting heeft ten doel het bevorderen van:
    1. het verkrijgen in eigendom van woningen, gelegen in Nederland, door natuurlijke personen
    2. kwaliteitsverbetering van woningen gelegen in Nederland, die in eigendom toebehoren aan natuurlijke personen en door hen worden bewoond.
    3. energieprestatieverbetering van woningen gelegen in Nederland, die in eigendom toebehoren aan natuurlijke personen en door hen worden bewoond.

  2. Zij tracht dit doel te bereiken door:
    1. met ingang van één januari negentienhonderd vijf en negentig overeenkomsten van borgtocht aan te gaan ten behoeve van de nakoming van de betalingsverplichtingen voortvloeiend uit leningen, welke natuurlijke personen hebben gesloten ten behoeve van het verkrijgen in eigendom van een door hen te bewonen, in Nederland gelegen woning, en;
    2. met ingang van één januari negentienhonderd negen en negentig overeenkomsten van borgtocht aan te gaan ten behoeve van de nakoming van betalingsverplichtingen voortvloeiend uit leningen, welke natuurlijke personen hebben gesloten in verband met kwaliteitsverbetering van een door hen bewoonde, in Nederland gelegen woning, die hen in eigendom toebehoort.

  3. Voorts streeft de stichting ernaar met ingang van één januari negentienhonderd vijf en negentig de financiële verplichtingen, alsmede de administratieve afhandeling daarvan, van de gemeenten en het Rijk over te nemen, voortvloeiend uit aanspraken van geldgevers op de gemeenten en van deze gemeenten vervolgens op het Rijk, wegens door de gemeenten - met toepassing van de destijds geldende rijksdeelnemingsregelingen - vóór één januari negentienhonderd vijf en negentig gesloten overeenkomsten van borgtocht voor leningen, welke natuurlijke personen hebben gesloten ten behoeve van het verkrijgen in eigendom van een door hen te bewonen, in Nederland gelegen woning.

  4. In het kader van haar doelstelling kan de stichting, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 lid 2 artikel 13 lid 2 onder b en artikel 13 lid 3, besluiten tot het direct of indirect verwerven van woningen van geldnemers, echter uitsluitend ter beperking van verliezen van de stichting bij verkoop van een woning.

  5. Onverminderd het bepaalde in de leden 2 tot en met 4, welke bepalingen betrekking hebben op de doelstellingen als omschreven in lid 1 sub a en b, tracht de stichting haar doelstelling als omschreven in lid 1 sub c te bereiken door met ingang van negen juli tweeduizend negen overeenkomsten van borgtocht  aan te gaan met kredietverstrekkers ten behoeve van de nakoming van betalingsverplichtingen voortvloeiende uit leningen, welke kredietnemers hebben gesloten in verband met energieprestatieverbetering van een door hen bewoonde, in Nederland gelegen woning, die hen in eigendom toebehoort.
Sluit Lees meer over

ZEKERHEIDSTELLING

Artikel 4

  1. Verplichtingen uit hoofde van de in artikel 3 lid 2 bedoelde overeenkomst van borgtocht worden slechts aangegaan conform een door de stichting vastgestelde standaardovereenkomst van borgtocht; de door de stichting vastgestelde standaardovereenkomst van borgtocht, alsmede eventuele wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van de VNG en van de Minister.

  2. Een overeenkomst van borgtocht wordt slechts gesloten voor een aan een geldnemer te verstrekken lening, tot zekerheid waarvoor een eerste hypotheek, respectievelijk eerste pandrecht, op een woning die is gelegen in een deelnemende gemeente, wordt gevestigd, en voor zover op het moment van verstrekking van die lening wordt voldaan aan de normen, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder a.
    In afwijking van het gestelde in de vorige zin omtrent de vestiging van een hypotheek, kan worden volstaan met de vestiging van een tweede hypotheek op een woning, die is gelegen in een deelnemende gemeente, in nader in de normen, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder a, omschreven situaties.

  3. Wanneer de Minister met ingang van een bepaalde datum besluit geen nieuwe verplichtingen uit hoofde van de in artikel 5 lid 2 bedoelde overeenkomst aan te gaan, worden met ingang van die datum door de stichting geen overeenkomsten van borgtocht gesloten.

  4. Wanneer een deelnemende gemeente met ingang van een bepaalde datum besluit geen nieuwe verplichtingen uit hoofde van de in artikel 5 lid 3 bedoelde over­eenkomst aan te gaan, worden met ingang van die datum door de stichting geen overeenkomsten van borgtocht gesloten voor leningen ten behoeve van het verkrijgen in eigendom van woningen gelegen in de desbetreffende gemeente en in verband met kwaliteitsverbetering van wonin­gen gelegen in de desbetreffende gemeente.

  5. Verplichtingen uit hoofde van de in artikel 3 lid 5, bedoelde overeenkomst van borgtocht worden slechts aangegaan conform een door de stichting vastgestelde standaardovereenkomst van borgtocht; de door de stichting vastgestelde standaardovereenkomst van borgtocht, alsmede eventuele wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van de Minister.
Sluit Lees meer over

GELDMIDDELEN

Artikel 5

  1. De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
    1. vergoedingen verschuldigd door geldnemers;
    2. afkoopsommen van het Rijk en van gemeenten voor het overnemen van financiële verplichtingen en de administratieve afhandeling daarvan als bedoeld in artikel 3, derde lid;
    3. andere wettig verkregen middelen.

  2. De stichting sluit een overeenkomst met het Rijk, waarbij het Rijk - tot zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van de stichting jegens de geldgevers, jegens wie de stichting zich borg heeft gesteld - zich verplicht aan de stichting achtergestelde, renteloze leningen te verstrekken onder omstandigheden, als in die overeenkomst zijn bepaald, teneinde te allen tijde liquiditeitstekorten bij de stichting te voorkomen.

  3. De stichting sluit een overeenkomst, welke inhoudelijk gelijk is aan de overeenkomst bedoeld in het tweede lid, met elke deelnemende gemeente, waarbij die gemeente - tot zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van de stichting jegens de geldgevers, jegens wie de stichting zich borg heeft gesteld - zich verplicht aan de stichting achtergestelde, renteloze leningen te verstrekken onder omstandigheden, als in die overeenkomst zijn bepaald, teneinde te allen tijde liquiditeitstekorten bij de stichting te voorkomen.

  4. De in het tweede lid bedoelde overeenkomst is vastgelegd in een notariële akte die op tien november negentienhonderd drie en negentig is verleden en in bijlage I aan deze akte gehecht en in een notariële akte die op zes en twintig mei negentienhonderd acht en negentig is verleden en in bijlage II aan deze akte is gehecht. Een eventuele wijziging van bedoelde overeenkomst dient eveneens bij notariële akte te geschieden.

  5. De in het derde lid bedoelde overeenkomst wordt schriftelijk vastgelegd. De model-tekst van de overeenkomst is door het toenmalige bestuur vastgesteld in zijn vergaderingen van tien november negentienhonderd drie en negentig en één en twintig april negentienhonderd acht en negentig en in bijlage III en bijlage IV aan deze akte gehecht. Een eventuele wijziging van bedoelde overeenkomst dient eveneens schriftelijk te worden vastgesteld.

  6. De stichting sluit een overeenkomst met het Rijk, waarbij het Rijk - tot zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van de stichting jegens de kredietverstrekkers, jegens wie de stichting zich op basis van de in artikel 3 lid 5 bedoelde overeenkomsten borg heeft gesteld en tot zekerheid van de daarmee verband houdende uitvoeringskosten van de stichting - zich verplicht aan de stichting financiële middelen ter beschikking te stellen, teneinde te allen tijde liquiditeitstekorten bij de stichting te voorkomen.
Sluit Lees meer over

BESTUUR; DIRECTIE

Artikel 6

  1. De stichting wordt bestuurd door het bestuur, in deze statuten genaamd: directie. De directie bestaat uit één of meer natuurlijke personen.

  2. Het aantal leden van de directie wordt vastgesteld door de raad van commissarissen.

  3. De leden van de directie worden benoemd door de raad van commissarissen. De raad van commissarissen is bevoegd tot het schorsen en ontslaan van de leden van de directie.

  4. Besluiten zoals omschreven in het vorige lid kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin alle leden van de raad van commissarissen aanwezig of vertegenwoordigd zijn
    Zijn niet alle leden van de raad van commissarissen aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt na afloop van die vergadering een nieuwe vergadering uitgeschreven, te houden niet eerder dan één week en niet later dan vier weken na de eerste vergadering, in welke vergadering een besluit als voormeld kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, mits het besluit wordt genomen met tenminste twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

  5. Aan één van de leden van de directie of aan het enige lid van de directie wordt de titel van algemeen directeur verleend. De algemeen directeur is voorzitter van de directie.

  6. Het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van de directie worden vastgesteld door de raad van commissarissen.
Sluit Lees meer over

DIRECTIE; WAARNEMING

Artikel 7

  1. Bij ontstentenis of belet van één of meer - doch niet van alle - leden van de directie behoudt de directie haar bevoegdheden.

  2. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de directie is de raad van commissarissen tijdelijk met het besturen van de stichting belast.
Sluit Lees meer over

DIRECTIE; TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 8

  1. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde omtrent haar taken en met inachtneming van artikel 13 lid 2 onder d, e en f stelt de directie:

    1. de uniforme en objectieve normen vast waaronder de stichting bereid is zich, conform artikel 3 lid 2, borg te stellen jegens de geldgevers;
    2. de borgtochtvoorwaarden vast, waaronder de borgtocht van de stichting, conform artikel 3 lid 2, leidt tot betaling aan de geldgevers;
    3. een beleggingsstatuut vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze de geldmiddelen van de stichting worden belegd;
    4. de borgtochtvoorwaarden vast, waaronder de borgtocht van de stichting, conform artikel 3 lid 5, leidt tot betaling aan de kredietverstrekkers

      Onder vaststellen als bedoeld in dit lid dient tevens te worden begrepen het vaststellen van wijzigingen.

  2. De directie is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg verbindt, zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt en voorts tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. Besluiten van de directie tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen alsmede besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, behoeven de goedkeuring van de raad van commissarissen. Na goedkeuring door de raad van commissarissen behoeven besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging van registergoederen de goedkeuring van de VNG en van de Minister. Het eventueel ontbreken van de goedkeuring van de raad van commissarissen en/of de VNG en/of de Minister heeft alleen interne werking.

  3. In alle gevallen waarin door de statuten van de stichting niet wordt voorzien, beslist de directie.
Sluit Lees meer over

DIRECTIE; BESLUITVORMING

Artikel 9

  1. Indien de directie uit meer dan één persoon bestaat worden de besluiten genomen met meerderheid van stemmen. Bij staking van de stemmen neemt de algemeen directeur een beslissing.

  2. Bij afzonderlijk directiereglement kan een nadere uitwerking worden gegeven aan het bepaalde in dit artikel en een regeling omtrent de werkwijze van de directie worden vastgesteld.

  3. Het directiereglement als bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt vastgesteld door de directie. Het besluit tot vaststelling van dit reglement alsmede eventuele wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van de raad van commissarissen.
Sluit Lees meer over

DIRECTIE; VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID

Artikel 10

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door de directie in haar geheel of door elk lid van de directie afzonderlijk.

  2. De directie is bevoegd aan andere personen volmacht te verlenen. Zij stelt hierbij de omvang van de volmacht vast.

  3. Het besluit tot het verlenen van volmacht en de vaststelling van de omvang daarvan, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, alsmede eventuele wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van de raad van commissarissen. Deze goedkeuring is niet vereist indien sprake is van een volmacht in het kader van een specifieke rechtshandeling.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; SAMENSTELLING

Artikel 11

  1. De stichting heeft een raad van commissarissen.

  2. De raad van commissarissen bestaat uit vijf leden en wordt als volgt samengesteld:
    1. één lid wordt benoemd door de NVB;
    2. één lid wordt benoemd door de VEH;
    3. één lid wordt benoemd door de VNG;
    4. één lid wordt benoemd door de Minister;
    5. één lid wordt - op voordracht van de leden bedoeld in a. tot en met d. benoemd door de Minister en aangewezen als voorzitter.

  3. Tot lid van de raad van commissarissen kunnen niet worden benoemd of herbenoemd personen die werkzaam zijn bij de VNG dan wel werkzaam zijn onder gezag van de Minister.

  4. De raad van commissarissen benoemt uit de leden bedoeld in lid 2 onder a. tot en met d. van dit artikel de plaatsvervangend voorzitter.

  5. Een niet voltallige raad van commissarissen blijft een bevoegd college vormen.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; EINDE LIDMAATSCHAP

Artikel 12

  1. De leden van de raad van commissarissen treden vier jaar na hun benoeming af volgens een door de raad van commissarissen op te maken rooster.

  2. Afgetreden leden kunnen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, terstond worden herbenoemd.

  3. Het lidmaatschap van de raad van commissarissen eindigt door:
    1. aftreden volgens rooster;
    2. ontslag;
    3. ontslagneming;
    4. overlijden.

  4. Schorsing en/of ontslag van een lid van de raad van commissarissen geschiedt door degene die het betrokken lid heeft benoemd.

  5. Een schorsing van één of meer leden van de raad van commissarissen, die niet binnen één maand wordt gevolgd door een ontslag, vervalt door het enkele verloop van die termijn.

  6. In een ontstane vacature wordt voorzien door degene die dat defungerende lid van de raad van commissarissen heeft benoemd en wel voor de resterende periode van dat lid van de raad van commissarissen.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 13

  1. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde omtrent zijn taken en bevoegdheden heeft de raad van commissarissen tot taak toezicht te houden op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat de directie met raad ter zijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van commissarissen zich naar het belang van de stichting.

  2. Aan goedkeuring van de raad van commissarissen zijn, onverminderd het gestelde in artikel 8 lid 2, onderworpen de besluiten van de directie inzake:
    1. het aanvragen van faillissement van de stichting zelf en van surséance van betaling betreffende de stichting zelf;
    2. het vaststellen van het beleid met betrekking tot het direct of indirect verwerven van woningen van geldnemers, als bedoeld in artikel 3 lid 4;
    3. het vaststellen van de door de geldnemers te betalen vergoeding als bedoeld in artikel 5 lid 1 onder a;
    4. het vaststellen van de normen, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder a;
    5. het vaststellen van de borgtochtvoorwaarden, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder b;
    6. het vaststellen van het beleggingsstatuut, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder c;
    7. het vaststellen van de standaardovereenkomst van borgtocht, als bedoeld in artikel 4 lid 1;
    8. het vaststellen van de borgtochtvoorwaarden, als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder d;
    9. het vaststellen van de standaardovereenkomst van borgtocht, als bedoeld in artikel 4 lid 5;
    10. het vaststellen van een directiereglement, als bedoeld in artikel 9 lid 2;
    11. het verlenen van volmacht en de vaststelling van de omvang daarvan, als bedoeld in artikel 10 lid 2;
    12. het vaststellen van de liquiditeitsprognose, zoals bedoeld in artikel 18 lid 3;
    13. het vaststellen van de begroting;
    14. het vaststellen van het jaarverslag;
    15. het vaststellen van de financiële jaarstukken;
    16. het vaststellen van het beleid met betrekking tot het uitoefenen van het regresrecht.

      Onder vaststellen als bedoeld in dit lid dient tevens te worden begrepen het vaststellen van wijzigingen.

      • Onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid 2, artikel 16 lid 2 en artikel 19 lid 4 behoeven de besluiten genoemd in lid 2 onder a tot en met g, na goedkeuring door de raad van commissarissen, de goedkeuring van de VNG en van de Minister en behoeven de besluiten genoemd in lid 2 onder h en i, na goedkeuring door de raad van commissarissen, de goedkeuring van de Minister.

      • De raad van commissarissen wijst de registeraccountant van de stichting aan. Hij is bevoegd de registeraccountant van zijn taak te ontheffen.

      • De directie verschaft de raad van commissarissen tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijk gegevens.

      • De directie is belast met de voorbereiding en uitvoering van besluiten van de raad van commissarissen.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; VERGADERINGEN

Artikel 14

  1. De raad van commissarissen vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden van de raad van commissarissen dit wensen. Deze wens wordt schriftelijk – op een termijn van ten minste één week – aan de overige leden van de raad van commissarissen kenbaar gemaakt, onder opgave van de te behandelen agendapunten.

  2. Besluitvorming in afwijking van hetgeen is geagendeerd is mogelijk, mits de ter vergadering afwezige leden van de raad van commissarissen schriftelijk voor de vergadering hebben verklaard zich niet te verzetten tegen besluitvorming ter zake van niet bij de agenda uitdrukkelijk aangegeven punten.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; BESLUITVORMING

Artikel 15

  1. Besluiten van de raad van commissarissen worden genomen met meerderheid van stemmen, tenzij in deze statuten anders is bepaald.
    Besluiten in een vergadering kunnen slechts worden genomen indien ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is.
    Leden van de raad van commissarissen kunnen krachtens schriftelijke volmacht slechts één medelid van de raad van commissarissen ter vergadering vertegenwoordigen.
    Het stemmen over zaken geschiedt mondeling; het stemmen over personen geschiedt schriftelijk. Blanco stemmen tellen niet mee.
    Ingeval evenveel stemmen voor als tegen een voorstel uitgebracht zijn, geldt het voorstel als verworpen.

  2. Kan in een vergadering wegens het ontbreken van het statutair vereist quorum over een tevoren geagendeerd onderwerp geen besluit worden genomen, dan kan voor dat onderwerp een nieuwe vergadering worden uitgeschreven.

  3. De nieuwe vergadering, als bedoeld in lid 2, vindt plaats niet eerder dan één week en niet later dan vier weken, na de bedoelde vergadering, in welke vergadering het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad van commissarissen. Bij de uitnodiging voor de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad van commissarissen.

  4. De raad van commissarissen kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits met voorafgaande instemming van de voorzitter. Een besluit is alsdan genomen, indien alle leden van de raad van commissarissen zich schriftelijk voor het voorstel hebben verklaard. De buiten vergadering genomen besluiten worden verwerkt in de notulen van de eerstvolgende vergadering.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN COMMISSARISSEN; VERGOEDING

Artikel 16

  1. De raad van commissarissen stelt een vergoedingsregeling vast voor zijn leden.

  2. De in het eerste lid bedoelde vergoedingsregeling, alsmede eventuele wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van de VNG en van de Minister.
Sluit Lees meer over

RAAD VAN ADVIES

Artikel 17

Deze bepaling is met ingang van de statutenwijziging van zes december tweeduizend vier vervallen.

Sluit Lees meer over

FINANCIEEL VERSLAG

Artikel 18

  1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

  2. Jaarlijks worden uiterlijk in de maand juni de balans en de verlies- en winstrekening, alsmede een beredeneerd verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar, door de directie vastgesteld.

  3. Ten minste éénmaal per jaar wordt, eveneens uiterlijk in de maand juni, een liquiditeitsprognose voor het nog lopende en de komende vijf kalenderjaren door de directie vastgesteld.

  4. De jaarstukken worden door de directie aan de raad van commissarissen ter goedkeuring aangeboden, vergezeld van een verslag en een verklaring van een door de raad van commissarissen aangewezen registeraccountant.

  5. De in lid 2, 3 en 4 bedoelde documenten worden ter kennis gebracht aan de VNG en aan de Minister.

  6. De vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening, vergezeld van de accountantsverklaring worden aan een ieder die daar schriftelijk om verzoekt, tegen kostprijs verstrekt.
Sluit Lees meer over

STATUTENWIJZIGING

Artikel 19

  1. Artikel 5 lid 2 en lid 3, artikel 20, alsmede dit artikellid kunnen niet worden gewijzigd. De overige bepalingen van deze statuten kunnen slechts worden gewijzigd na een daartoe strekkend besluit van de raad van commissarissen, genomen in een vergadering waarvoor de leden op een termijn van ten minste veertien dagen zijn opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

  2. Bij de oproeping van een dergelijke vergadering dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijzigingen woordelijk zijn opgenomen, aan de leden van de raad van commissarissen te worden toegezonden.

  3. Een besluit tot statutenwijziging wordt genomen in een vergadering van de raad van commissarissen, waarin alle leden van de raad van commissarissen aanwezig zijn en met unanimiteit van stemmen. Het gestelde in artikel 11 lid 5 en in artikel 15 lid 2, 3 en 4 is op een besluit tot statutenwijziging niet van toepassing.

  4. Een statutenwijziging behoeft de goedkeuring van de VNG en van de Minister en treedt niet in werking, dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
    De leden van de raad van commissarissen zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden handelsregister.
Sluit Lees meer over

ONTBINDING

Artikel 20

De stichting kan slechts worden ontbonden in de gevallen in de wet bepaald.

Sluit Lees meer over

VEREFFENING

Artikel 21

  1. Ontbinding van de stichting zal in alle gevallen geschieden door één of meer door de rechter aan te wijzen vereffenaars, welke bevoegd zijn tot alle handelingen, strekkende tot vereffening, alsmede tot alle handelingen en besluiten, waartoe, buiten liquidatie, enig orgaan van de stichting bevoegd is.

  2. Een na vereffening overblijvend batig saldo wordt zoveel mogelijk aangewend voor een door de raad van commissarissen van de stichting te bepalen doel ter bevordering van het verkrijgen in eigendom van woningen, gelegen in Nederland, door natuurlijke personen en/of ter bevordering van kwaliteitsverbetering van woningen gelegen in Nederland, die in eigendom toebehoren aan natuurlijke personen en door hen worden bewoond.
Sluit Lees meer over