"NHG is van maatschappelijk belang omdat het de drempel voor het eigen woningbezit verlaagt."

Risicobeheer

De statuten van het WEW bepalen in artikel 6, eerste lid, van de statuten van het WEW, zoals die per 1 januari 2011 gelden, dat het WEW wordt bestuurd door het bestuur, in de statuten aangeduid als directie.

De Code goed bestuur (3.1) geeft als nadere invulling van de taak van het bestuur, voorzover hier relevant, het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de organisatie.

Dit onderdeel van de website beoogt inzicht te verschaffen in de hoofdlijnen waarmee het WEW aan het risicobeheer vorm heeft gegeven, te weten:

Borgtochtprovisie

De borgtochtprovisie, die jaarlijks per 1 januari wordt vastgesteld, is van doorslaggevend belang voor het financiële risico van het WEW en dat van het Rijk en de gemeenten in het kader van de achtervangfunctie.

Het besluit van de algemeen directeur inzake de hoogte van de borgtochtprovisie behoeft conform de statuten van het WEW de goedkeuring van de raad van commissarissen en vervolgens van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konikrijksrelaties. Ten aanzien van de borgtochtprovisie wordt advies gevraagd aan een, op voordracht van de algemeen directeur, door de raad van commissarissen aangewezen actuarieel bureau. Tot en met de vaststelling van de borgtochtprovisie per 1 januari 2005 is de berekening uitgevoerd door Hewitt Associates.

In 2005 heeft de raad van comissarissen van de stichting besloten na een periode van tien jaar afscheid te nemen van Hewitt Associates. Enerzijds in het
kader van corporate governance en anderzijds vanwege de behoefte van het WEW, tegen de achtergrond van de toename van zowel het aantal hypotheekgaranties als het aantal verliesdeclaraties, state-of-the-art inzicht te verkrijgen in de risico’s van de borgstelling.

In 2005 heeft in zeer nauwe samenwerking met het Ministerie van VROM en de VNG een selectieproces plaatsgevonden, dat ertoe heeft geleid dat het WEW aan Ortec Finance opdracht heeft gegeven een scenario-analysemodel te ontwikkelen voor de jaarlijkse berekening van de borgtochtprovisie vanaf 1 januari 2006.

De borgtochtprovisie is de som van:

  • de risicodekkende premie;
  • een opslag in verband met de exploitatiekosten van het WEW;
  • een risico-opslag ter voorkoming van verwatering van het garantievermogen in de tijd.

De risicodekkende premie vloeit rechtstreeks voort uit het scenario-analysemodel van Ortec Finance. Uitgangspunt hierbij is dat de som van de in enig jaar voor de geldnemers te betalen premies, vermeerderd met de in de tijd daaraan toe te rekenen rente, gelijk is aan de te verwachten som van de verliezen die voortvloeien uit de in het desbetreffende jaar te verstrekken borgstellingen.

De opslag in verband met de exploitatiekosten wordt berekend op basis van enerzijds de door het WEW vastgestelde begroting voor het desbetreffende jaar en anderzijds de verwachtingen omtrent het aantal borgstellingen alsmede de hoogte van de gemiddelde lening in dat jaar. Uitgangspunt is dat de exploitatiekosten van het WEW kostendekkend worden bestreden uit de borgtochtprovisie.

De risico-opslag ter voorkoming van de verwatering van het garantievermogen in de tijd is de uitkomst van een jaarlijks door Ortec Finance uit te voeren analyse van het weerstandsvermogen van het totale fondsvermogen in relatie tot enerzijds de ontwikkeling van het aantal borgstellingen en anderzijds de ontwikkeling van de aanspraken op de borgstelling. Hierbij is de kapitaalratio (verhouding garantievermogen versus gegarandeerd vermogen) een belangrijke indicator.

Op basis van deze methodiek is de borgtochtprovisie per 1 januari 2010 van 0,55% (2009: 0,45%) als volgt opgebouwd:

  • risicodekkende premie :0,318% (2009: 0,325%);
  • opslag exploitatiekosten :0,066% (2009: 0,046%);
  • risico-opslag :0,166% (2009: 0,079%).

Hierbij zij aangetekend dat Ortec Finance in haar advies over de borgtochtprovisie per 1 januari 2010, tegen de achtergrond van de mogelijke effecten van de kredietcrisis, is afgeweken van haar oorspronkelijke lange termijn veronderstellingen ten aanzien van de prijsontwikkeling van woningen. Daarbij is in plaats van de veronderstelling dat de prijzen gemiddeld met 2% per jaar stijgen, voor de jaren 2009 tot en met 2012 uitgegaan van een prijsdaling van in totaal 10%. In dit korte termijnscenario leidt dit in die jaren tot een verdubbeling van de verliezen. Teneinde in dit korte termijn scenario het weerstandsvermogen van het WEW op peil te houden heeft de actuaris geadviseerd de risico-opslag opwaarts bij te stellen.

Sluit Lees meer over

Interne risicobeheersings- en controlemaatregelen

Het risicobeheer heeft de voortdurende aandacht van de algemeen directeur. Het toezicht op het risicobeheer vindt plaats door de raad van commissarissen.
Ter verdieping in deze vaak complexe materie en ter voorbereiding van de vergaderingen hierover heeft de raad van commissarissen in 2008 een Auditcommissie ingesteld. Binnen het WEW is de aandacht en de verantwoordelijkheid voor het risicobeheer belegd bij de manager Finance & Control, die tevens optreedt als secretaris van de Auditcommissie.

Het WEW hanteert het COSO ERM model (Committee of Sponsoring Organisations of the Treadway Commission; Enterprise Risk Management) als leidraad voor de inrichting van de beheersmaatregelen. Dit model is de wereldwijde standaard voor het vanuit de bedrijfsdoelstellingen identificeren en beheersen van risico’s. Daarbij ligt de nadruk op de toereikendheid en effectiviteit van de beheersmaatregelen in relatie met de doelstellingen van het WEW. In het verlengde van het COSO ERM model kent het WEW een jaarlijks te actualiseren:

  • bedrijfscontinuïteitsplan;
  • logische en fysieke toegangsbeveiliging;
  • bevoegdhedenmatrix;
  • klokkenluidersregeling;
  • interne gedragscode.

In 2009 is in samenwerking met KPMG Forensic gestart met de ontwikkeling van een intern fraudepreventieplan. Dit plan zal in de loop van 2010 worden
afgerond en geïmplementeerd.

In 2007 is op basis van een SAS 70 Type I verklaring zichtbaar gemaakt welke beheersdoelstellingen zijn beoogd en welke beheersmaatregelen zijn genomen in het kader van een verantwoorde besturing en beheersing van de bedrijfsprocessen. Daarbij zijn alle voor de beheersing van risico’s benodigde maatregelen beschreven.

De in 2008 gerealiseerde SAS 70 Type II verklaring maakt zichtbaar dat daadwerkelijk volgens de beschreven processen wordt gewerkt. In 2009 is de SAS 70 Type II verklaring geprolongeerd. Deze is tot stand gekomen aan de hand van een assurance rapport van de externe auditor van het WEW (KPMG Advisory).

De omvang alsmede de groei van de te beheren informatie stelt in toenemende mate hoge eisen aan de inrichting van de informatievoorziening. Verder stellen
de geldgevers vanuit kwaliteits- en efficiëntie-overwegingen steeds zwaardere eisen aan het niveau van de informatievoorziening van het WEW. Het in 2009 geactualiseerde Informatiebeleidsplan 2008-2011 vormt de basis voor het informatiebeleid van het WEW.

Het beleid richt zich met name op de integratie van de afzonderlijke applicaties, de optimalisering van de kwaliteit van het gegevensbeheer waaronder het door middel van datawarehousing verbeteren van de ontsluitingsmogelijkheden van de beschikbare data ten behoeve van managementrapportages en ad hoc benodigde beleidsinformatie. Binnen de informatievoorziening van het WEW is RADAR (Registratie, Afmelding, Declaratie, Achterstand, Regres) de maatwerkapplicatie waarop de garantieadministratie van het WEW plaatsvindt. Dit systeem is zodanig opgezet dat een volledig elektronische gegevensuitwisseling met de geldgevers kan plaatsvinden. Hiervan is in 2009 door de geldgevers bij 79% van de meldingen van hypotheekgaranties gebruik gemaakt.

Het streven is dat alle geldgevers op enig moment zijn aangesloten op RADAR. Met deze aansluiting kunnen geldgevers garantiemeldingen en afgeloste leningen elektronisch aanleveren. In 2009 is een match-engine ontwikkeld waarmee op basis van een vergelijking tussen de NHG-portefeuilles van geldgevers en de bij het WEW geregistreerde hypotheekgaranties een volledigheidscontrole kan worden uitgevoerd.
Enerzijds ten aanzien van de aantallen geregistreerde hypotheekgaranties en anderzijds in verband met de verschuldigde borgtochtprovisie. De bouw en het onderhoud van RADAR, alsmede de genoemde match-engine zijn uitbesteed aan Everest.
Voor de acceptatie van hypotheekgaranties is ten behoeve van de geldgevers een webapplicatie (online NHG-toets) en een webservice ontwikkeld. Hiermee kan een inkomenstoets of een volledigheidstoets worden uitgevoerd. Het merendeel van de geldgevers maakt hiervan gebruik. De bouw en het onderhoud van de NHG-toetsingsprogrammatuur zijn uitbesteed aan Tjip.

In het kader van het beleid gericht op het beperken van oneigenlijke verliezen zijn ten behoeve van de ondersteuning van de hiermee samenhangende  werkprocessen de maatwerkapplicaties RIS (Regres Informatie Systeem) en IBIS (Intensief Beheer Informatie Systeem) gerealiseerd. Het streven is erop gericht deze applicaties zo veel mogelijk te integreren in RADAR. De bouw en het onderhoud van RIS en IBIS zijn uitbesteed aan Laarhoven Automatisering.
Met het oog op adequate rapportages, is een datawarehouse ontwikkeld. De rapportages worden gegenereerd door middel de rapportagetool MicroStrategy.
De bouw en het onderhoud van het datawarehouse zijn uitbesteed aan Inergy.

Teneinde de continuïteit van de dienstverlening en de bedrijfsvoering te optimaliseren, is de hosting en het operationeel beheer van de volledige ICT-infrastructuur uitbesteed aan Getronics. In 2009 heeft een migratie plaatsgevonden naar een gevirtualiseerde omgeving met als doel diensten af te nemen en zo minder afhankelijk te zijn van hardware. Jaarlijks wordt een externe security scan uitgevoerd op de toegang tot de infrastructuur van het WEW en die van de NHG-website.

Sluit Lees meer over

Beperking oneigenlijke verliezen

In Rotterdam, de regio Rotterdam (Schiedam, Dordrecht, Vlaardingen en Spijkenisse), Den Haag en Limburg (Venlo, Sittard-Geleen, Heerlen en Kerkrade) wordt een substantieel deel van de verliezen veroorzaakt door verschillende vormen van hypotheekfraude, met name gericht op het verkrijgen van hypothecaire leningen voor de aankoop van woningen ten behoeve van illegale verhuur (huisjesmelkerij) en de realisatie van hennepkwekerijen. Voorts blijkt dat met name in deze gemeenten de lage opbrengsten van woningen op de veiling het gevolg zijn van het disfunctioneren van de veilingpraktijk waarin handelaren een dominante rol kunnen spelen.

In 2009 heeft het WEW haar per 1 januari 2007 geïntroduceerde beleid gericht op het beperken van oneigenlijke verliezen gecontinueerd en op onderdelen geïntensiveerd. In 2009 zijn de resultaten van dit beleid duidelijk zichtbaar geworden in de vorm van lagere verliezen. Voorts vinden de gedwongen verkopen in toenemende mate plaats door middel van onderhandse verkoop in plaats van executoriale verkoop. Ook zijn de regresinkomsten in 2009 verder toegenomen.

In 2009 heeft de Koninklijke Notariële Broederschap in samenspraak met het WEW en een aantal grotere geldgevers een belangrijke stap gezet ter modernisering van de veilingpraktijk. Onder landelijke regie van een hiertoe opgerichte stichting is vanaf september 2009 sprake van regionale veilingen op ook voor consumenten toegankelijke plaatsen en tijdstippen en met een uniforme en transparante kostenstructuur. Doel daarbij is te komen tot een ook voor de consument toegankelijke veilingpraktijk waarbij sprake is van een realistische prijsvorming. Deze ontwikkeling wordt door het WEW met kracht ondersteund.

Ook in 2009 heeft het WEW zich ingezet voor de verbetering van de taxatiepraktijk. In dit verband mogen taxaties vanaf 1 januari 2010 uitsluitend worden geaccepteerd indien deze zijn uitgebracht door tussenkomst van een validatieinstituut dat is erkend door het WEW. Per die datum zijn door het WEW in totaal 11 validatie-instituten voorlopig tot 1 juli 2010 erkend.

Met het oog op de regelgeving en de erkenning van validatie-instituten vanaf 1 juli 2010 is aan de brancheverenigingen van taxateurs (NVM, VBO, VastgoedPRO) gevraagd te komen tot een branchebreed gedragen platform ter verdere ontwikkeling van de normering ten aanzien van de validatie van taxatierapporten en de criteria voor het erkennen van validatie-instituten.

Het WEW heeft ook in 2009 geparticipeerd in de met de gemeente Rotterdam en de gemeente Den Haag gerealiseerde samenwerkingsverbanden. Het betreft de samenwerking tussen alle bij de koopwoning- en hypotheekmarkt betrokken partijen in die gemeente, gericht op de aanpak van illegale bewoning en hypotheekfraude. Hierbij zijn naast de gemeentelijke diensten, de Nederlandse Vereniging van Banken, de makelaardij en het notariaat, ook de politie en het Openbaar Ministerie betrokken.

Sluit Lees meer over