Raad van commissarissen
Profielschets van de raad van commissarissen
Op 11 april 2005 hebben de algemeen directeur en de raad van commissarissen van het WEW besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code). De Code bevat algemeen gedragen beginselen voor verantwoord ondernemen.
In onderdeel 4.2 van de Code wordt aanbevolen dat de raad van commissarissen een profielschets van zijn omvang en samenstelling opstelt. Deze aanbeveling heeft een plaats gevonden in het Reglement van de raad van commissarissen (artikel 5).
Op 14 september 2007 heeft de raad van commissarissen zijn profielschets vastgesteld. Deze profielschets geldt met ingang van 15 september 2007. Het integrale besluit tot de profielschets is hieronder opgenomen.
De raad van commissarissen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
Overwegende
dat op 1 januari 2004 de Nederlandse Corporate Governance Code (Code Tabaksblat) in werking is getreden; | |||
dat in de Code Tabaksblat, die geldt voor alle beursgenoteerde vennootschappen, de algemeen gedragen beginselen van verantwoord ondernemen zijn uitgewerkt in zogenaamde ‘best practice bepalingen’; | |||
dat op 29 juni 2004 de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code goed bestuur) verscheen; | |||
dat de Code goed bestuur een vertaling is van de Code Tabaksblat ten behoeve van zelfstandige bestuursorganen; | |||
dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) noch een beursgenoteerde onderneming, noch een zelfstandig bestuursorgaan is; | |||
dat het WEW derhalve noch onder de werkingssfeer van de Code Tabaksblat valt, noch onder die van de Code goed bestuur; | |||
dat met inachtneming van de context waarin het WEW opereert, de algemeen directeur en de raad van commissarissen op 11 april 2005 hebben besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur; | |||
dat de raad van commissarissen het belang onderschrijft van de aanbeveling van de Code goed bestuur (4.2) dat de raad van een commissarissen profielschets opstelt van zijn omvang en samenstelling; | |||
dat bedoelde aanbeveling heeft geleid tot een nadere uitwerking in het Reglement van de raad van commissarissen, en wel als volgt: |
Artikel 5 | Profiel en samenstelling | |||||
5.1. | De raad stelt van zichzelf een gewenst profiel op. Met inachtneming van de in artikel 12 van de statuten geregelde omvang en samenstelling van de raad, wordt in bedoeld profiel rekening gehouden met: | |||||
a. | de aard en de omvang van het WEW; | |||||
b. | de specifieke risico’s van het WEW; | |||||
c. | de gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. | |||||
5.2. | Minimaal één lid van de raad is een financieel expert, hetgeen inhoudt dat deze persoon relevante kennis en ervaring heeft opgedaan op financieel administratief/accounting terrein bij een grote rechtspersoon. | |||||
5.3. | Voorafgaand aan een (her)benoeming verzoekt de raad aan de volgens artikel 11 van de statuten tot (her)benoeming gerechtigde partij bij de (her)benoeming het door de raad gewenste profiel van de kandidaat in acht te nemen. | |||||
De profielschets van de raad wordt op de website van het WEW geplaatst.
Besluit
de volgende Profielschets van de raad van commissarissen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen vast te stellen:
Bij de beoordeling van een kandidaat voor benoeming tot of herbenoeming als commissaris wordt de geschiktheid van de kandidaat in ieder geval getoetst op de volgende aspecten:
1. | kan en wil de kandidaat zich conformeren aan de voor commissarissen geldende regels, zoals die onder meer zijn neergelegd in de statuten en het reglement van de raad van commissarissen; | ||
2. | beschikt de kandidaat over de kwaliteiten die vanaf het ontstaan van het vacante commissariaat nodig zijn voor een kwalitatief naar behoren samengestelde raad. |
Het door de raad gewenste profiel als bedoeld in artikel 5.3 van het Reglement van de raad van commissarissen bestaat uit door de raad gewenste kwaliteiten van de te (her)benoemen commissaris in het licht van hetgeen voor een kwalitatief naar behoren samengestelde raad nodig zal zijn vanaf het ontstaan van het vacante commissariaat.
De raad van commissarissen is kwalitatief naar behoren samengesteld indien de raad in staat is tot:
1. | het houden van toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in het WEW, hetgeen ten minste omvat: | ||||||
a. | beoordeling van door de directie op basis van de statuten ter goedkeuring voorgelegde besluiten; | ||||||
b. | beoordeling van door de directie verschafte informatie over | ||||||
de realisatie van de doelstellingen van het WEW | |||||||
de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van het WEW | |||||||
de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen | |||||||
het financiële verslaggevingsproces | |||||||
de naleving van wet- en regelgeving | |||||||
2. | het met raad ter zijde staan van de directie. | ||||||
Voor een adequate uitvoering van bedoeld takenpakket, beschikt de raad in ieder geval over:
1. | bekendheid met de rol en het functioneren van het WEW | ||||
2. | bekendheid met de werelden waartussen het WEW opereert en wel met name van | ||||
a. | locale en regionale volkshuisvestingsvraagstukken | ||||
b. | het woningmarktbeleid vanuit de optiek van de woonconsument | ||||
c. | het woningmarktbeleid vanuit de optiek van de rijksoverheid | ||||
d. | de hypotheekmarkt voor woningen | ||||
e. | de rijksoverheid | ||||
f. | de gemeentelijke overheid | ||||
3. | functionele know-how en wel met name op | ||||
a. | financieel administratief/accounting gebied van een grote rechtspersoon | ||||
b. | economisch gebied | ||||
c. | bedrijfseconomisch gebied | ||||
d. | sociaal gebied | ||||
e. | managementkennis | ||||
4. | een voorzitter die de rol van leider van het team en de klankbord van de directie kan vervullen | ||||
5. | harmonie in het team | ||||
6. | leden die het vermogen hebben om op vruchtbare en efficiënte wijze van gedachten te kunnen wisselen over de vraagstukken die tot de taak van de raad behoren, met name blijkend uit: | ||||
a. | het kunnen luisteren | ||||
b. | het kunnen formuleren en analyseren van problemen | ||||
c. | het kunnen verwerken van informatie | ||||
d. | het onderscheiden van hoofd- en bijzaken | ||||
e. | een helicopter-view. | ||||
Dit document | |||||
a. | geldt met ingang van 15 september 2007 | ||||
b. | wordt geplaatst op de website van het WEW | ||||
c. | wordt aangehaald als: Profielschets van de raad van commissarissen. | ||||
Reglement van de raad van commissarissen
Op 11 april 2005 hebben de algemeen directeur en de raad van commissarissen van het WEW besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code). De Code bevat algemeen gedragen beginselen voor verantwoord ondernemen.
In onderdeel 4.1.1. van de Code wordt de aanbeveling gedaan om de taak en werkwijze van de raad van commissarissen te vervatten in een reglement. Op 14 september 2007 heeft de raad van commissarissen van het WEW het Reglement van de raad van commissarissen vastgesteld. Dit reglement geldt met ingang van 15 september 2007.
Na een samenvatting van het reglement volgt hieronder (het besluit tot vaststelling van) het Reglement van de raad van commissarissen.
Hoofdlijnen van het Reglement van de raad van commissarissen
Het reglement volgt de aanbevelingen die de Code doet ten aanzien van diverse aspecten van het functioneren van de raad van commissarissen. Het leeuwendeel van die aspecten vormde bij het WEW reeds bestaande praktijk. Het reglement kent de volgende hoofdlijnen:
- De aanbeveling van de Code (4.2.1) tot opstelling van een profielschets van de raad is opgenomen in artikel 5.1 van het reglement.
- De door de raad opgestelde profielschets is op deze site eveneens opgenomen onder het kopje ‘Raad van Commissarissen’.
- De statuten van het WEW stellen geen grens aan het aantal herbenoemingen van een commissaris. In artikel 6.4 van het reglement is de in de Code (4.2.6) aanbevolen grens van twee herbenoemingen overgenomen.
- In artikel 7.4 van het reglement is het in de Code (4.2.4) aanbevolen introductieprogramma voor nieuwe commissarissen opgenomen.
- In artikel 7.8 van het reglement is de door de Code (4.1.8) geadviseerde eigen beoordeling van het functioneren van zowel de raad als van de individuele commissarissen opgenomen.
- Uit de nauwgezetheid van de artikelen 8 en 9 van het reglement blijkt het belang dat de Code hecht aan respectievelijk de onafhankelijkheid van de commissarissen als het vermijden van elke vorm en schijn van belangenverstrengeling door commissarissen.
- Artikel 10 van het reglement vormt een verzameling van de door de Code aanbevolen bijzondere taken van de voorzitter van de raad.
- Artikel 13 van het reglement geeft aan dat de Code specifiek drie kerncommissies benoemt die de raad uit zijn midden zou kunnen instellen. In de artikelen 14, 15 en 16 wordt vervolgens bepaald waarop respectievelijk de auditcommissie, de remuneratiecommissie en de selectie- en benoemingscommissie zich op moeten richten indien ze zijn ingesteld.
Het reglement van de door de raad ingestelde auditcommissie is op deze site eveneens opgenomen onder het kopje ‘Raad van commissarissen’. - De artikelen 19 en 20 van het reglement expliciteren, conform de aanbevelingen van de Code, de reeds bestaande relaties tussen de raad en respectievelijk de externe accountant en de actuaris.
Het (besluit tot vaststelling van het) Reglement van de raad van commissarissen
Op 14 september 2007 nam de raad van commissarissen van het WEW het volgende besluit:
De raad van commissarissen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
Overwegende
- dat op 1 januari 2004 de Nederlandse Corporate Governance Code (Code Tabaksblat) in werking is getreden;
- dat in de Code Tabaksblat, die geldt voor alle beursgenoteerde vennootschappen, de algemeen gedragen beginselen van verantwoord ondernemen zijn uitgewerkt in zogenaamde ‘best practice bepalingen’;
- dat op 29 juni 2004 de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code goed bestuur) verscheen;
- dat de Code goed bestuur een vertaling is van de Code Tabaksblat ten behoeve van zelfstandige bestuursorganen;
- dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) noch een beursgenoteerde onderneming, noch een zelfstandig bestuursorgaan is;
- dat het WEW derhalve noch onder de werkingssfeer van de Code Tabaksblat valt, noch onder die van de Code goed bestuur;
- dat met inachtneming van de context waarin het WEW opereert, de algemeen directeur en de raad van commissarissen op 11 april 2005 hebben besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur;
- dat de raad van commissarissen, mede gelet op aanbeveling 4.1.1. van de Code goed bestuur, het belang van hem regarderende bepalingen van de Code goed bestuur tot uitdrukking wenst te brengen door vastlegging van de wijze waarop hij daaraan vorm geeft of zal geven;
Besluit
een Reglement van de raad van commissarissen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen vast te stellen met de volgende inhoud en bepalingen:
Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
1.1 de statuten:
de statuten van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen, zoals deze gelden per 6 december 2004
1.2 het WEW:
de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
1.3 de raad:
de raad van commissarissen van het WEW
1.4 de directie:
het bestuur van het WEW
1.5 de Code goed bestuur:
de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties, zoals deze geldt per oktober 2005
Taken
2.1 Conform de statuten van het WEW heeft de raad tot taak:
- het houden van toezicht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in het WEW;
- het met raad ter zijde staan van de directie;
- vaststelling van het aantal leden van de directie en van hun salaris en overige arbeidsvoorwaarden, benoeming, schorsing en ontslag van de leden van directie, verlening van de titel van algemeen directeur aan één van de leden van de directie of aan het enige lid van de directie;
- aanwijzing van de externe accountant van de stichting, alsmede de ontheffing van zijn taak.
2.2 Conform de Code goed bestuur is de raad, tezamen met de directie, verantwoordelijk voor een adequate toepassing van de Code goed bestuur.
2.3 Conform de statuten van het WEW en de Code goed bestuur richt de raad zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van het WEW.
Toezicht
3.1 Het toezicht van de raad omvat ten minste:
- beoordeling van door de directie op basis van de statuten ter goedkeuring voorgelegde besluiten;
- beoordeling van door de directie verschafte informatie over
- de realisatie van de doelstellingen van het WEW;
- de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van het WEW;
- de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen;
- het financiële verslaggevingsproces;
- de naleving van wet- en regelgeving.
3.2 Tenminste éénmaal per jaar bespreekt de raad met de directie zijn bevindingen met betrekking tot de in artikel 3.1 sub b bedoelde onderwerpen. Van deze bespreking(en) wordt melding gemaakt in het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW.
3.3 De raad en de commissarissen afzonderlijk hebben een eigen verantwoordelijkheid om van de directie, externe accountant en de actuaris alle informatie te verlangen die zij behoeven om de taak als toezichthoudend orgaan goed te kunnen uitoefenen.
3.4 Indien de raad dit geboden acht kan hij, na een daartoe strekkende voorafgaande mededeling aan de directie, informatie inwinnen bij functionarissen en externe adviseurs van het WEW.
Directie
4.1 Met eerbiediging van bestaande benoemingen, wordt een lid van de directie benoemd voor een periode van maximaal vijf jaar. Herbenoeming kan telkens voor een periode van maximaal vijf jaar plaatsvinden.
4.2 De raad bespreekt, buiten aanwezigheid van de directie, één maal per jaar met de externe accountant aan de hand van diens managementletter het functioneren van de directie als geheel en dat van de individuele leden van de directie en de mogelijke gevolgen die hieraan verbonden moeten worden. Van het houden van de bespreking(en) wordt melding gemaakt in het verslag van de raad in het jaarverslag.
4.3 Aangelegenheden inzake remuneratie van de directie worden behandeld door een delegatie van de raad, bestaand uit de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de raad.
4.4 In januari van elk jaar beoordeelt bedoelde delegatie het functioneren van de leden van de directie over het afgelopen jaar en de gevolgen die hieraan verbonden moeten worden ten aanzien van hun remuneratie. De delegatie bespreekt vervolgens zijn bevindingen met de raad.
4.5 Het remuneratiebeleid dat de delegatie toepast, kent als hoofdlijnen:
- de bezoldiging van de directie is qua hoogte en structuur zodanig dat
- gekwalificeerde en deskundige directieleden kunnen worden aangetrokken en behouden;
- onder meer de resultatenontwikkeling alsmede andere voor het WEW relevante ontwikkelingen daarbij in overweging worden genomen;
- de bezoldiging van de directie, met inbegrip van de ontslagvergoeding, is qua structuur zodanig dat zij de
- belangen van het WEW op (middel)lange termijn bevordert;
- niet aanzet tot gedrag van directieleden in hun eigen belang met veronachtzaming van het belang van het WEW;
- falende directieleden bij ontslag niet ‘beloont’.
als de bezoldiging bestaat uit een vast en een variabel deel, is het variabele deel gekoppeld aan vooraf bepaalde, meetbare en beïnvloedbare doelen, die deels op korte termijn en deels op lange termijn moeten worden gerealiseerd. Het variabele deel van de bezoldiging moet de binding van de directieleden aan het WEW en haar doelstellingen versterken.
4.6 In het toelichting op de jaarrekening wordt de besluitvorming van de raad met betrekking tot remuneratie van de directie opgenomen.
Profiel en samenstelling
5.1 De raad stelt van zichzelf een gewenst profiel op. Met inachtneming van de in artikel 12 van de statuten geregelde omvang en samenstelling van de raad, wordt in bedoeld profiel rekening gehouden met:
- de aard en de omvang van het WEW;
- de specifieke risico’s van het WEW;
- de gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen.
5.2 Minimaal één lid van de raad is een financieel expert, hetgeen inhoudt dat deze persoon relevante kennis en ervaring heeft opgedaan op financieel administratief/accounting terrein bij een grote rechtspersoon.
5.3 Voorafgaand aan een (her)benoeming verzoekt de raad aan de volgens artikel 11 van de statuten tot (her)benoeming gerechtigde partij bij de (her)benoeming de profielschets in acht te nemen.
5.4 De profielschets van de raad wordt op de website van het WEW geplaatst.
(Her)benoeming en aftreden
6.1 Met het door de raad op grond van artikel 12 van de statuten op te stellen rooster van aftreden dient te worden voorkomen dat veel leden tegelijk aftreden.
6.2 Uit het rooster van aftreden blijkt van iedere commissaris de datum van eerste benoeming, de lopende termijn van benoeming, het jaar van mogelijke herbenoeming en het jaar van aftreden.
6.3 Het rooster van aftreden wordt geplaatst op de website en in het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW.
6.4 Een commissaris kan maximaal twee maal achtereenvolgend worden herbenoemd.
6.5 De voorzitter van de raad is geen voormalig bestuurder van het WEW.
6.6 De commissaris die tijdelijk voorziet in de directie bij belet en ontstentenis van (leden van) de directie treedt uit de raad om de bestuurstaak op zich te nemen.
6.7 Indien naar het oordeel van de raad het aftreden van een commissaris door onvoldoende functioneren, structurele onenigheid van inzichten, onverenigbaarheid van belangen of anderszins geboden is, wordt de partij die het betrokken lid heeft benoemd gemotiveerd verzocht tot ontslag van de betreffende commissaris over te gaan.
Functioneren
7.1 De raad is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren.
7.2 Het aantal nevenfuncties van een commissaris is zodanig beperkt dat een goede taakvervulling naar het oordeel van de voorzitter van de raad is gewaarborgd.
7.3 De nevenfuncties die de commissarissen vervullen binnen de publieke sector voor zover deze relevant zijn voor de vervulling van de taak als lid van de raad, worden geplaatst op de website van het WEW.
7.4 Commissarissen volgen na hun benoeming een introductieprogramma, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan algemene financiële en juridische zaken, de politiek-bestuurlijke omgeving en de specifieke aspecten die eigen zijn aan het WEW. De directie speelt hierin een faciliterende rol.
7.5 De raad beoordeelt jaarlijks op welke onderdelen de leden gedurende hun benoemingsperiode behoefte hebben aan nadere training of opleiding in het kader van hun functioneren in de raad.
7.6 Commissarissen die frequent afwezig zijn bij vergaderingen van de raad worden hierop aangesproken. Het verslag van de raad in het jaarverslag vermeldt welke commissarissen frequent afwezig zijn geweest bij de vergaderingen van de raad.
7.7 Commissarissen bewaren het geheim over hetgeen in de uitoefening van hun functie te hunner kennis is gebracht.
7.8 De raad bespreekt tenminste éénmaal per jaar buiten aanwezigheid van de directie zijn eigen functioneren, alsmede dat van de individuele commissarissen en de gevolgen die hieraan verbonden moeten worden. Van het houden van deze bespreking(en) wordt melding gemaakt in het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW.
Onafhankelijkheid
8.1 De raad is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, de directie en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren.
8.2 Alle leden van de raad, met uitzondering van maximaal één lid, zijn onafhankelijk in de zin dat de volgende afhankelijkheidscriteria niet op hem van toepassing zijn:
- in de vijf jaar voorgaande aan de benoeming was het lid werknemer of bestuurder van het WEW;
- het lid was in het jaar voorafgaande aan de benoeming ambtelijk of politiek werkzaam bij de organisaties waarvan in de statuten aangewezen besluiten van de raad goedkeuring behoeven;
- het lid was in het jaar voorafgaande aan zijn benoeming een belangrijke zakelijke relatie van het WEW, waaronder ook verstaan dient te worden een adviseurschap van het WEW;
- het lid heeft in het jaar voorafgaande aan de benoeming tijdelijk voorzien in het bestuur bij belet of ontstentenis van de directie;
- het lid ontvangt van het WEW een persoonlijke financiële vergoeding, anders dan de vergoeding die voor de als commissaris verrichte werkzaamheden wordt ontvangen.
Daarbij komt dat het lid geen bestuurslid/directeur van een organisatie is waarin een directeur van het WEW waarop hij toezicht houdt, lid van de raad is.
8.3 In het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW wordt vermeld dat naar het oordeel van de raad is voldaan aan het onafhankelijkheidsvereiste als bedoeld in artikel 8.2 van dit reglement, onder expliciete vermelding van het lid dat er niet aan voldoet.
Tegenstrijdige belangen
9.1 Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen het WEW en leden van de raad wordt vermeden.
9.2 Een lid van de raad zal:
- niet in concurrentie met het WEW treden;
- geen (substantiële) schenkingen van het WEW voor zichzelf, voor zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad vorderen of aannemen;
- ten laste van het WEW zichzelf en/of derden geen ongerechtvaardigde voordelen verschaffen;
- geen zakelijke kansen die aan het WEW toekomen voor zichzelf of voor zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad benutten.
9.3 Een commissaris meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor het WEW en/of voor zichzelf terstond aan de voorzitter van de raad en verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de voor de situatie relevante informatie inzake zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad.
9.4 Indien de voorzitter van de raad een (potentieel) tegenstrijdig belang heeft dat van materiële betekenis is voor het WEW en/of voor zichzelf, meldt hij dit terstond aan de plaatsvervangend voorzitter van de raad en verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de voor de situatie relevante informatie inzake zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad.
9.5 Nadat een directielid bij de voorzitter van de raad melding heeft gemaakt van een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor het WEW en/of voor het betreffende directielid, draagt de voorzitter zorg voor handeling in de raad met overlegging van alle door het directielid overgelegde informatie, inclusief de voor de situatie relevante informatie inzake zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad.
9.6 De raad besluit buiten aanwezigheid de betrokken commissaris of het betrokken lid van de directie of sprake is van een tegenstrijdig belang.
Een tegenstrijdig belang bestaat in ieder geval wanneer het WEW voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon
- waarin een commissaris van het WEW of directielid van het WEW persoonlijk een materieel financieel belang heeft;
- waarvan een bestuurslid een familierechtelijke verhouding met een commissaris van het WEW of een lid van de directie van het WEW heeft;
- waarbij een commissaris of een directielid van het WEW een directiefunctie of toezichthoudende functie vervult.
9.7 Een commissaris onthoudt zich van deelname aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp waarbij hij een tegenstrijdig belang heeft.
9.8 De raad ziet erop toe dat alle besluiten waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de raad of van de directie spelen onder gebruikelijke condities worden genomen.
9.9 Besluiten waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de directie spelen die van materiële betekenis zijn voor het WEW en/of voor de betreffende directieleden behoeven goedkeuring van de raad.
9.10 Besluiten waarbij tegenstrijdige belangen spelen die van materiële betekenis zijn voor het WEW en/of voor de betreffende commissarissen worden gepubliceerd het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW. Hierbij wordt het betreffende tegenstrijdig belang vermeld en wordt verklaard dat de bepalingen van het reglement van de raad, en daarmee van de Code goed bestuur, ten aanzien van tegenstrijdige belangen zijn nageleefd.
9.11 Zodra dat naar het oordeel van de raad nodig is, stelt hij nadere regels ten aanzien van de omgang met (potentieel) tegenstrijdige belangen bij bestuurders, commissarissen en de externe accountant in relatie tot het WEW. Zo kan de raad bepalen dat nader aan te bepalen besluiten goedkeuring van de raad behoeven.
9.12 Het WEW verstrekt aan haar commissarissen geen persoonlijke leningen, garanties, en dergelijke, tenzij in de normale uitoefening van het bedrijf en na goedkeuring van de raad. Leningen worden niet kwijtgescholden.
9.13 Het WEW verstrekt aan haar directie geen persoonlijke leningen en dergelijke, tenzij tegen de daarvoor voor het gehele personeel geldende voorwaarden en na goedkeuring van de raad. Leningen worden niet kwijtgescholden.
Voorzitter
Naast hetgeen overigens in dit reglement over de bijzondere taken van de voorzitter van de raad is bepaald, ziet de voorzitter erop toe dat:
- de leden hun introductie-, trainings- of opleidingsprogramma volgen;
- de leden tijdig alle informatie ontvangen die nodig is voor de goede uitoefening van hun taak;
- voldoende tijd bestaat voor de beraadslaging en besluitvorming door de raad;
- de raad en zijn commissies behoorlijk functioneren;
- de leden van de directie en leden van de raad jaarlijks worden beoordeeld op hun functioneren;
- de contacten van de raad met de directie naar behoren verlopen;
- meldingen van de directie inzake door haar te vervullen nevenfuncties, anders dan uit hoofde van haar functie bij het WEW, worden beoordeeld op de vraag of sprake is van een ongewenste nevenfunctie uit het oogpunt van een goede vervulling van de directiefunctie;
- bij hem gedane meldingen van medewerkers van het WEW inzake vermeende misstanden worden behandeld overeenkomstig de klokkenluidersregeling;
- bij hem neergelegde klachten worden behandeld overeenkomstig daartoe door de directie na overleg met de voorzitter van de raad vastgestelde nadere regels.
Secretaris
11.1 De raad wordt ondersteund door een secretaris.
11.2 De secretaris wordt door de directie aan de raad ter beschikking gesteld. Indien de secretaris geen lid van de directie is, geschiedt benoeming tot en ontheffing uit de functie van secretaris door de directie van het WEW, de raad gehoord hebbende.
11.3 De secretaris ziet erop toe dat de juiste procedures worden gevolgd en dat wordt gehandeld in overeenstemming met de wettelijke verplichtingen. Hij ondersteunt de voorzitter van de raad in de daadwerkelijke organisatie van de raad (informatie, agendering, evaluatie, opleidingsprogramma etcetera).
Vervanging van (plaatsvervangend) voorzitter en secretaris
12.1 De voorzitter wordt bij diens afwezigheid of ontstentenis vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.
12.2 Bij afwezigheid of ontstentenis van zowel voorzitter als plaatsvervangend voorzitter wordt de raad voorgezeten door de langst zittende commissaris. Bij gelijke zittingsduur wordt de raad voorgezeten door de commissaris die van hen het oudst in leeftijd is.
12.3 Bij afwezigheid of ontstentenis van de secretaris wordt deze vervangen door degene, die door de voorzitter daartoe wordt aangezocht.
Commissies
13.1 Ter voorbereiding van de besluitvorming in de raad kan de raad uit zijn midden commissies instellen.
13.2 De Code goed bestuur benoemt als mogelijk in te stellen kerncommissies van de raad:
- de auditcommissie;
- de remuneratiecommissie;
- de selectie- en benoemingscommissie.
13.3 Indien de raad niet besluit tot instelling van een of meerdere van de in het vorige lid bedoelde commissies, dan gelden de artikelen 14.1, 14.2, 14.5, 14.6, 15.1, 16 van dit reglement voor de hele raad.
13.4 De raad stelt voor elke commissie een reglement op. Het reglement geeft aan wat de rol en verantwoordelijkheid van de betreffende commissie is, haar samenstelling en op welke wijze zij haar taak uitoefent. Het reglement bevat in ieder geval de bepaling dat maximaal één lid van elke commissie niet onafhankelijk behoeft te zijn in de zin van artikel 8.2 van dit reglement.
13.5 De reglementen van de commissies worden op de website van het WEW geplaatst.
13.6 Het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW vermeldt de samenstelling van de afzonderlijke commissies, het aantal vergaderingen van de commissies, alsmede de belangrijkste onderwerpen die aan de orde zijn gekomen.
13.7 De raad ontvangt van elk van de commissies een verslag van beraadslagingen en bevindingen.
Auditcommissie
14.1 Indien de raad een auditcommissie instelt, dan richt deze commissie zich in ieder geval op het toezicht op het bestuur ten aanzien van:
- de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, waaronder het toezicht op de naleving van de relevante wet- en regelgeving en het toezicht op de werking van gedragscodes;
- de financiële informatieverschaffing door het WEW (toepassing en beoordeling van effecten van nieuwe regels, inzicht in de behandeling van “schattingsposten” in de jaarrekening, prognoses, werk van in- en externe accountants terzake, etcetera);
- de naleving van aanbevelingen en opvolging van opmerkingen van in- en externe accountants;
- de rol en het functioneren van de interne auditdienst;
- de relatie met de externe accountant, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid, de bezoldiging en eventuele niet-controlewerkzaamheden voor het WEW;
- de financiering van het WEW;
- de toepassingen van de informatie- en communicatietechnologie.
14.2 De voorzitter van de auditcommissie is het eerste aanspreekpunt van de externe accountant, wanneer deze onregelmatigheden constateert in de inhoud van de financiële berichten.
14.3 Het voorzitterschap van de auditcommissie wordt niet vervuld door de voorzitter van de raad, noch door een voormalig bestuurder van het WEW.
14.4 Van de auditcommissie maakt ten minste een financieel expert uit in de zin van artikel 5.2 van dit reglement.
14.5 De auditcommissie bepaalt of en wanneer een lid van de directie, de verantwoordelijke voor financiële zaken, de externe accountant of de interne auditdienst bij haar vergaderingen aanwezig zijn.
14.6 De auditcommissie overlegt zo vaak als zij dit noodzakelijk acht, doch ten minste éénmaal per jaar buiten aanwezigheid van de directie met de externe accountant.
Remuneratiecommissie
15.1 Indien de raad een remuneratiecommissie instelt, dan richt deze commissie zich in ieder geval op:
- het doen van een voorstel aan de raad betreffende het te voeren bezoldigingsbeleid;
- het doen van een voorstel inzake de bezoldiging van de individuele bestuurders ter vaststelling door de raad, in welk voorstel in ieder geval aan de orde komen:
- de bezoldigingsstructuur en
- de hoogte van de vaste bezoldiging, de toe te kennen variabele bezoldigingscomponenten, pensioenrechten, afvloeiingsregelingen en overige vergoedingen, alsmede de prestatiecriteria en de toepassing daarvan.
15.2 Het voorzitterschap van de remuneratiecommissie wordt niet vervuld door de voorzitter van de raad, noch door een voormalig lid van de directie van het WEW.
Selectie- en benoemingscommissie
Indien de raad een selectie- en benoemingscommissie instelt, dan richt deze commissie zich in ieder geval op:
- het doen van voorstellen voor de profielschetsen, selectiecriteria en benoemingsprocedures inzake de directie;
- de periodieke beoordeling van omvang en samenstelling van de directie;
- de periodieke beoordeling van het functioneren van individuele leden van de raad en directie;
- het doen van voorstellen voor (her)benoemingen;
- het toezicht op het beleid van de directie inzake selectiecriteria en benoemingsprocedures voor het hoger management.
Vergoeding
17.1 De bezoldiging van een commissaris is niet afhankelijk van de resultaten van het WEW.
17.2 In het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW wordt verklaard dat de aan de commissarissen betaalde vergoedingen hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de door de Minister van VROM en de VNG goedgekeurde regelingen.
17.3 De toelichting op de jaarrekening van het WEW bevat volledige en gedetailleerde informatie over de hoogte en structuur van de vergoedingen van de individuele leden van de raad.
Jaarverslag
18.1 Een verslag van de raad van zijn werkzaamheden maakt onderdeel uit van het jaarverslag van het WEW.
18.2 Het verslag van de raad bevat in ieder geval de onderwerpen waarvan dit reglement opname verlangt.
Externe accountant
19.1 De bezoldiging van en opdrachtverlening tot het uitvoeren van niet-controlewerkzaamheden door de externe accountant wordt goedgekeurd door de raad op voorstel van de auditcommissie en na overleg met de directie of, indien geen auditcommissie is ingesteld, op voorstel van de directie.
19.2 De raad ontvangt jaarlijks van de directie en, zo die is ingesteld, van de auditcommissie een rapportage over de ontwikkelingen in de relatie met de externe accountant, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid, met inbegrip van de wenselijkheid van rotatie van verantwoordelijke partners binnen een kantoor van externe accountants dat met de controle is belast en van het verrichten van niet-controlewerkzaamheden voor het WEW verricht door hetzelfde kantoor. Mede op grond hiervan bepaalt de raad de benoeming van de externe accountant.
19.3 De externe accountant wordt uitgenodigd voor de vergadering van de raad waarin het verslag van de externe accountant betreffende het onderzoek van de jaarrekening wordt besproken en wordt besloten over de goedkeuring van de jaarrekening en jaarverslag.
Actuaris
20.1 De bezoldiging van en opdrachtverlening aan de actuaris wordt goedgekeurd door de raad op voorstel van de auditcommissie en na overleg met de directie of, indien geen auditcommissie is ingesteld, op voorstel van de directie.
20.2 De raad ontvangt jaarlijks van de directie en, zo die is ingesteld, van de auditcommissie een rapportage over de ontwikkelingen in de relatie met de actuaris, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid. Mede op grond hiervan bepaalt de raad de benoeming van de actuaris.
20.3 De actuaris wordt uitgenodigd voor de vergadering van de raad waarin de borgtochtprovisie wordt besproken en wordt besloten over de goedkeuring van de borgtochtprovisie.
Slotbepalingen
21.1 Dit reglement geldt met ingang van 15 september 2007.
21.2 Dit reglement wordt geplaatst op de website van het WEW.
21.3 Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van de raad van commissarissen.
Samenstelling van de raad van commissarissen
De Code Tabaksblat (III.1.3) en de Code goed bestuur (4.1.3) verlangen dat in het verslag van de raad van commissarissen van elke commissaris wordt vermeld:
- geslacht
- leeftijd
- beroep
- nevenfuncties
- tijdstip eerste benoeming
De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 9 juli 2009, bepalen in artikel 11 dat het WEW een raad van commissarissen kent en hoe de raad van commissarissen is samengesteld.
Het overzicht van de hoofd- en nevenfuncties van de leden van de raad van commissarissen is op deze website als apart onderdeel opgenomen onder het kopje Raad van commissarissen.
Het tijdstip van eerste benoeming is verwerkt in het op deze website als apart onderdeel opgenomen rooster van aftreden van de leden van de raad van commissarissen onder het kopje Raad van commissarissen.
De raad van commissarissen is als volgt samengesteld:
De leden van de raad van commissarissen | Benoeming | Geboortedatum |
De heer J. Kamminga, voorzitter | door de Minister van VROM, op voordracht van de overige leden van de raad | 3 januari 1947 |
De heer drs. H.H. Apotheker | door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten | 5 juni 1950 |
De heer F.A.H. van der Heijden | door de Nederlandse Vereniging van Banken | 4 mei 1947 |
De heer mr. F.A.P.M. van Loon | door de Vereniging Eigen Huis | 16 januari 1949 |
Mevrouw drs. E.F. Bos, plaatsvervangend voorzitter | door de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; door de raad tot plaatsvervangend voorzitter | 24 november 1959 |
Rooster van aftreden van de raad van commissarissen
In de Code Tabaksblat (III.3.5) en de Code Goed Bestuur (4.2.6) wordt bepaald dat een lid van de raad van commissarissen maximaal drie maal voor een periode van vier jaar zitting kan hebben in de raad van commissarissen.
De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 6 december 2004, bepalen in artikel 12 tevens dat de leden van de raad van commissarissen vier jaar na hun benoeming aftreden en dat afgetreden leden terstond kunnen worden herbenoemd.
De raad van commissarissen van het WEW heeft 4 april 2005 besloten zich ten aanzien van het maximaal aantal zittingstermijnen te conformeren aan de bepalingen van de Code Tabaksblat en de Code goed bestuur.
Voorts bepalen de Code Tabaksblat (III.3.6) en de Code Goed Bestuur (4.2.7) dat de raad van commissarissen een rooster vaststelt om zoveel mogelijk te voorkomen dat veel commissarissen tegelijk aftreden.
De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 6 december 2004, bepalen in artikel 12 dat de leden van de raad van commissarissen aftreden volgens een door de raad van commissarissen op te maken rooster.
Thans geldt het volgende rooster van aftreden van de leden van de raad van commissarissen:
Commissaris
| Datum benoeming | Datum laatste herbenoeming | Jaar van mogelijke herbenoeming (H) of Jaar van aftreden (A) | ||||||||
2011 | 2012 | 2013 | 2015 | 2016 | 2017 | 2019 | 2020 | 2021 | |||
J. Kamminga | 27-05-1999 | 14-02-2009 |
|
| A |
|
|
|
|
| |
Drs. H.H. Apotheker | 01-05-2000 | 01-01-2008 |
| A |
|
|
|
|
| ||
F.A.H. van der Heijden | 01-01-2007 | -- | H |
| H |
| A |
|
| ||
Mr. F.A.P.M. van Loon | 01-01-2008 | -- |
| H |
| H |
| A |
| ||
Mevrouw drs. E.F. Bos | 01-02-2010 | -- | H | H | A | ||||||
Nevenfuncties van de leden van de raad van commissarissen
De Code Tabaksblat (III.1.3) verlangt dat in het verslag van de raad van commissarissen van elke commissaris opgave wordt gedaan van zijn nevenfuncties voor zover deze relevant zijn voor de vervulling van de taak als commissaris. De Code goed bestuur (4.1.3) beperkt deze opgave in het verslag van de raad van commissarissen tot relevante nevenfuncties in de publieke sector. De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 9 juli 2009, kennen over nevenfuncties geen bepaling.
Vanwege de positie van het WEW tussen markt en overheid en de vraag wat als relevant moet worden aangemerkt, heeft het WEW besloten opgave te doen van alle door de leden van de raad van commissarissen opgegeven nevenfuncties. Voorts heeft het WEW ervoor gekozen de nevenfuncties niet in haar jaarverslag te publiceren, maar uitsluitend te plaatsen op haar website.
De nevenfuncties van de leden van de raad van commissarissen geven het volgende beeld:
De heer J. Kamminga
heeft als hoofdfunctie voorzitter van de Vereniging FME-CWM.
Daarnaast vervult de heer Kamminga de volgende nevenfuncties:
- Lid raad van advies Herinneringscentrum Kamp Westerbork
- Voorzitter raad van advies IPMMC (vastgoed projectontwikkeling)
- Lid algemeen en dagelijks bestuur Vereniging VNO-NCW
- Lid Sociaal-economische Raad
- Voorzitter raad van commissarissen WoningNet NV
- Voorzitter raad van commissarissen Dierenpark Emmen
De heer drs. H.H. Apotheker
heeft als hoofdfunctie burgemeester van de gemeente Steenwijkerland.
Daarnaast vervult de heer Apotheker de volgende nevenfuncties:
- President Commissaris NV RENDO
- Lid raad van commissarissen Bank Nederlandse Gemeenten
- Lid raad van commissarissen PPG-FibreGlass Hoogezand
- Lid Vereniging Friesland Bank
De heer F.A.H. van der Heijden
vervult naast zijn lidmaatschap van de raad van commissarissen van het WEW de volgende functies:
- Non executive boardmember Trammell Crow Urop SA
- Lid raad van commissarissen Woningcorporatie Habion
- Lid raad van commissarissen Woningcorporatie De Alliantie
- Lid raad van commissarissen De Hypothekers Associatie BV
- Lid raad van commissarissen Quion Groep BV
- Executive Consultant ABF Valuation BV
- Lid Bestuur Stichting Vrienden van Amerpoort
De heer mr. F.A.P.M. van Loon
heeft als hoofdfunctie directeur van Fuli Unlimited BV. Daarnaast vervult de heer Van Loon de volgende nevenfuncties:
- Lid bestuur Stichting Woonkwaliteit
- Lid centrale commissie van deskundigen Stichting VastgoedCert
- Lid raad van commissarissen Hypodomus Holding
Mevrouw drs. E.F. Bos
heeft als hoofdfunctie (Deputy CEO en Chief Institutional Business) van PGGM NV: plaatsvervangend voorzitter Executive Committee, Chief Institutional Business. Daarnaast vervult mevrouw Bos de volgende nevenfuncties:
- Lid raad van commissarissen van Alpinvest Partners N.V.
- Lid raad van commissarissen van Amvest Vastgoed BV
- Bestuurslid van UN-PRI, United Nations Principles on Responsible Investments
- Bestuurslid van ICPM Canada, International Centre for Pension Management
- Bestuurslid van SPO, Stichting Pensioen Opleidingen
- Lid raad van commissarissen van de NWB, Nederlandse Waterschapsbank NV
- Lid raad van commissarissen van Sustainalytics Holdings BV
- Lid raad van toezicht van Isala Klinieken
Vergoedingen aan de leden van de raad van commissarissen
De vergoedingsregeling
Volgens de Code Tabaksblat (III.7 Principe) stelt de aandeelhoudersvergadering de bezoldiging van de raad van commissarissen vast. Volgens de Code goed bestuur geschiedt die vaststelling door de minister.
De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 6 december 2004, bepalen in artikel 16, eerste lid, dat de raad van commissarissen een vergoedingsregeling vaststelt voor zijn leden. Volgens artikel 16, tweede lid, van de statuten van het WEW, zoals deze gelden per 9 juli 2009, behoeven vaststelling en wijziging van de vergoedingsregeling van de raad van commissarissen de goedkeuring van de Minister van VROM en de VNG.
Op grond hiervan heeft de raad van commissarissen in zijn vergadering van 20 februari 2006 besloten:
I. per 1 januari 2006 de honorering
- van de voorzitter van de raad vast te stellen op € 17.500,--;
- van de plaatsvervangend voorzitter van de raad vast te stellen op € 10.000,--;
- van de overige leden van de raad vast te stellen op € 7.500,--;
II. met ingang van 1 januari 2007 de honorering jaarlijks per 1 januari te indexeren met inflatie;
III. de reiskostenvergoeding vast te stellen op een bedrag per kilometer van € 0,19 onbelast en € 0,10 belast.
Het WEW ontving bedoelde goedkeuring van VNG bij brief van 12 juli 2006. Van de Minister van VROM ontving het WEW de goedkeuring op 18 augustus 2006.
De transparantie van de vergoedingsregeling
De Code Tabaksblat formuleert in onderdeel III.7 als principe dat de toelichting op de jaarrekening volledige en gedetailleerde informatie bevat over de hoogte en structuur van de bezoldiging van de individuele leden van de raad van commissarissen.
De Code goed bestuur bepaalt in onderdeel 4.2.10, voorzover hier relevant, dat het verslag van de raad van toezicht in het jaarverslag de hoogte van de beloningen van de leden van de raad van toezicht vermeldt.
De statuten van het WEW, zoals deze gelden per 9 juli 2009, kennen geen publicatieverplichting van de vergoedingsregeling.
Het WEW heeft gekozen de vergoedingsregeling als volgt inzichtelijk te maken:
- in het jaarverslag:
door een verklaring in het verslag van de raad van commissarissen dat de in het betreffende jaar betaalde vergoedingen hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de door de Minister van VROM en de VNG goedgekeurde regelingen; - in de toelichting op de jaarrekening:
door volledige en gedetailleerde informatie over de hoogte en structuur van de vergoedingen van de individuele leden van de raad van commissarissen; - op de website:
door de structuur van de vergoedingen.
Auditcommissie van de raad van commissarissen
Op 11 april 2005 hebben de algemeen directeur en de raad van commissarissen van het WEW besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code). De Code bevat algemeen gedragen beginselen voor verantwoord ondernemen.
In de vergadering van 11 april 2005 heeft de raad tevens het principebesluit genomen tot instelling van een auditcommissie. In aansluiting op het door de raad op 14 september 2007 vastgestelde Reglement van de raad van commissarissen, waarin onder meer het kader van een in te stellen auditcommissie was opgenomen, is op 7 december 2007 door de raad het Reglement van de auditcommissie vastgesteld. Het Reglement van de auditcommissie geldt per 1 januari 2008.
Voorts heeft de raad op 22 maart 2010 uit zijn midden de heer F.A.H. van der Heijden benoemd tot voorzitter en mevrouw drs. E.F. Bos tot lid van de auditcommissie. Mevrouw drs. E.F. Bos is financieel expert in de zin van artikel 3.4 van het Reglement van de auditcommissie j artikel 5.2 van het Reglement van de commissarissen. Als secretaris van de auditcommissie fungeert de manager Finance & Control van het WEW.
De taak van de auditcommissie
Met het besluit van 11 april 2005 zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code, heeft de raad van commissarissen onder meer besloten tot verdere vormgeving van het risicobeheersings- en controlesysteem van het WEW. De instelling van de auditcommissie houdt hiermee nauw verband. De auditcommissie richt zich primair op de voorbereiding van de bespreking hiervan in de raad, alsmede op een aantal hiermee sterk verbonden onderwerpen. De taken van de auditcommissie zijn niet-limitatief vastgelegd in artikel 2 van het reglement.
Het (besluit tot vaststelling van het) Reglement van de auditcommissie
Op 7 december 2007 nam de raad van commissarissen van het WEW het volgende besluit:
De raad van commissarissen van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
Overwegende
- dat op 1 januari 2004 de Nederlandse Corporate Governance Code (Code Tabaksblat) in werking is getreden;
- dat in de Code Tabaksblat, die geldt voor alle beursgenoteerde vennootschappen, de algemeen gedragen beginselen van verantwoord ondernemen zijn uitgewerkt in zogenaamde ‘best practice bepalingen’;
- dat op 29 juni 2004 de Code goed bestuur uitvoeringsorganisaties (Code goed bestuur) verscheen;
- dat de Code goed bestuur een vertaling is van de Code Tabaksblat ten behoeve van zelfstandige bestuursorganen;
- dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) noch een beursgenoteerde onderneming, noch een zelfstandig bestuursorgaan is;
- dat het WEW derhalve noch onder de werkingssfeer van de Code Tabaksblat valt, noch onder die van de Code goed bestuur;
- dat met inachtneming van de context waarin het WEW opereert, de algemeen directeur en de raad van commissarissen op 11 april 2005 hebben besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Code goed bestuur;
- dat de raad van commissarissen, mede gelet op aanbeveling 4.1.1. van de Code goed bestuur, in zijn vergadering van 14 september 2007 het Reglement van de raad van commissarissen heeft vastgesteld;
- dat in artikel 13 van bedoeld reglement, zowel met inachtneming van de specifieke vermelding van de auditcommissie in 4.5 van de Code goed bestuur als van het principebesluit van de raad van commissarissen van 11 april 2005 tot instelling van een auditcommissie, door de raad rekening is gehouden met de instelling van een auditcommissie;
- dat de raad van commissarissen ter verdere vormgeving van het risicobeheersings- en controlesysteem van het WEW per 1 januari 2008 een auditcommissie wenst in te stellen;
- dat de raad van commissarissen ten aanzien van de samenstelling, taak en werkwijze van de auditcommissie een reglement wenst vast te stellen, waarbij de aanbevelingen van de Code goed bestuur in acht worden genomen;
Besluit
een Reglement van de auditcommissie van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen vast te stellen met de volgende inhoud en bepalingen:
Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
1.1. het WEW:
de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
1.2. de raad:
de raad van commissarissen van het WEW
1.3. de directie:
het bestuur van het WEW
Taken
2.1. Ter voorbereiding van bespreking in de raad richt de auditcommissie zich in ieder geval op het toezicht op de directie ten aanzien van:
- de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, waaronder het toezicht op de naleving van de relevante wet- en regelgeving en het toezicht op de werking van gedragscodes;
- de financiële informatieverschaffing (toepassing en beoordeling van effecten van nieuwe regels, inzicht in de behandeling van “schattingsposten” in de jaarrekening, prognoses, werk van de externe accountant terzake, etcetera);
- de naleving van aanbevelingen en opvolging van opmerkingen van de externe accountant;
- de rol en het functioneren van de interne controlfunctie;
- de relatie met de externe accountant;
- de relatie met de actuaris;
- de financiering van het WEW;
- de toepassingen van de informatie- en communicatietechnologie'.
2.2. De auditcommissie zendt de raad jaarlijks een rapportage over de ontwikkelingen in de relatie met de externe accountant, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid, met inbegrip van de wenselijkheid van rotatie van verantwoordelijke partners binnen een kantoor van externe accountants dat met de controle is belast en van het verrichten van niet-controlewerkzaamheden voor de vennootschap verricht door hetzelfde kantoor.
2.3. De auditcommissie zendt de raad jaarlijks een rapportage over de ontwikkelingen in de relatie met de actuaris, waaronder in het bijzonder zijn onafhankelijkheid. Mede op grond hiervan bepaalt de raad de benoeming van de actuaris.
2.4. De auditcommissie maakt ten minste eenmaal in de vier jaar een grondige beoordeling van het functioneren van de externe accountant en de actuaris en brengt hierover advies uit aan de raad. De belangrijkste conclusies hiervan worden meegewogen ten behoeve van de beoordeling van de voordracht tot benoeming van de externe accountant en de actuaris.
2.5. De auditcommissie beoordeelt hoe de externe accountant bij de inhoud en publicatie van financiële berichten, anders dan de jaarrekening, wordt betrokken.
2.6. De auditcommissie is het eerste aanspreekpunt van de externe accountant, wanneer deze onregelmatigheden constateert in de inhoud van de financiële berichten.
2.7. Ten behoeve van het verslag van de raad in het jaarverslag van het WEW verschaft de auditcommissie de raad jaarlijks een verslag van de uitvoering van haar taakopdracht in het boekjaar.
2.8. De auditcommissie doet, in samenwerking met de externe accountant, voorstellen bij het opstellen van het jaarplan van interne audits. De audicommissie, evenals de externe accountant, nemen kennis van de bevindingen op basis van interne audits.
Samenstelling en werkverdeling
3.1. De auditcommissie bestaat uit twee leden.
3.2. De raad benoemt de leden van de auditcommissie.
3.3. De voorzitter van de auditcommissie is niet de voorzitter van de raad.
3.4. Tenminste een van de leden van de auditcommissie is een financieel expert als bedoeld in artikel 5.2 van het Reglement van de raad van commissarissen.
3.5. De auditcommissie voorziet zelf in een verdeling van werkzaamheden indien zij daartoe aanleiding ziet.
Secretaris
4.1. Indien de raad ondersteuning van de auditcommissie door een secretaris gewenst acht, wordt de secretaris door de directie aan de auditcommissie ter beschikking gesteld.
4.2. Indien de secretaris geen lid van de directie is, geschiedt benoeming tot en ontheffing uit de functie van secretaris door de directie van het WEW, de auditcommissie gehoord hebbende.
4.3. De secretaris ziet erop toe dat de juiste procedures worden gevolgd en dat wordt gehandeld in overeenstemming met de wettelijke verplichtingen. Hij ondersteunt de voorzitter van de auditcommissie in de daadwerkelijke organisatie van de auditcommissie, zoals ten aanzien van informatie, agendering en evaluatie.
Vergaderingen
5.1. De auditcommissie vergadert ten minste tweemaal per jaar.
5.2. De auditcommissie bepaalt of en wanneer een lid van de directie, de verantwoordelijke voor financiële zaken of de externe accountant bij haar vergaderingen aanwezig zijn.
5.3. De auditcommissie overlegt zo vaak als zij dit noodzakelijk acht, doch ten minste éénmaal per jaar buiten aanwezigheid van de directie met de externe accountant.
5.4. De auditcommissie heeft recht op alle informatie van de directie die zij ter uitoefening van haar taak behoeft.
5.5. De auditcommissie rapporteert haar beraadslagingen en bevindingen aan de raad.
Slotbepalingen
6.1. Dit reglement geldt met ingang van 1 januari 2008.
6.2. Dit reglement wordt geplaatst op de website van het WEW.
6.3. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van de auditcommissie.
Selectie, benoeming en remuneratie
Het kader van de Code Tabaksblat en de Code goed bestuur
De Code Tabaksblat (III.5) en de Code goed bestuur (4.5) bepalen dat, indien de raad van commissarissen meer dan vier leden omvat, de raad van commissarissen een remuneratiecommissie en een selectie- of benoemingscommissie kan instellen. De taak in algemene zin van deze commissies is de besluitvorming van de raad van commissarissen voor te bereiden.
De Code Tabaksblat (III.5.1) en de Code goed bestuur (4.5.1) bepalen dat een ingestelde commissie een reglement kent. In dat reglement wordt van een commissie aangegeven:
- de rol en verantwoordelijkheid;
- de samenstelling;
- de wijze van taakuitoefening;
- dat maximaal één lid niet onafhankelijk behoeft te zijn in de zin van III.2.2 van de Code Tabaksblat en van 4.2.2 van de Code goed bestuur.
Deze reglementen dienen in ieder geval op de website van de organisatie te worden geplaatst.
In het jaarverslag dient volgens de codes in het verslag van de raad van commissarissen een uiteenzetting te worden gegeven van:
- de uitvoering van de taakopdracht van de commissies (Code Tabaksblat III.5 en Code goed bestuur 4.5);
- de samenstelling van de afzonderlijke commissies, het aantal vergaderingen en de belangrijkste onderwerpen die aan de orde zijn gekomen (Code Tabaksblat III.5.2 en Code goed bestuur 4.5.2).
De remuneratiecommissie heeft volgens de Code Tabaksblat (III.5.10) en de Code goed bestuur (4.5.10) in ieder geval tot taak:
het doen van een voorstel aan de raad van commissarissen betreffende het te voeren bezoldigingsbeleid;
- het doen van een voorstel inzake de bezoldiging van de individuele bestuurders ter vaststelling van de raad van commissarissen, in welk voorstel in ieder geval aan de orde komen:
- de bezoldigingsstructuur en
- de hoogte van de vaste bezoldiging, de toe te kennen variabele bezoldigingscomponenten, pensioenrechten, afvloeiingsregelingen en overige vergoedingen, alsmede de prestatiecriteria en de toepassing daarvan.
De Code Tabaksblat bepaalt overigens dat de commissie een remuneratierapport opmaakt.
Voorts bepalen zowel de Code Tabaksblat (III.5.11) en de Code goed bestuur (4.5.11), voor zover hier relevant, dat het voorzitterschap van de remuneratiecommissie niet wordt vervuld door de voorzitter van de raad van commissarissen.
De selectie- en benoemingscommissie richt zich volgens de Code Tabaksblat (III.5.13) en de Code goed bestuur (4.5.13) in ieder geval op:
- het doen van voorstellen voor de profielschetsen, selectiecriteria en benoemingsprocedures inzake (leden van) de raad van commissarissen en het bestuur;
- de periodieke beoordeling van omvang en samenstelling van de raad van commissarissen en het bestuur;
- de periodieke beoordeling van het functioneren van individuele leden van de raad van commissarissen en bestuurders en de rapportage hiervan aan de raad van commissarissen;
- het doen van voorstellen voor (her)benoemingen;
- het toezicht op het beleid van het bestuur inzake selectiecriteria en benoemingsprocedures voor het hoger management.
De invulling door het WEW
De statuten van het WEW, zoals die gelden per 9 juli 2009, kennen geen bepalingen over commissies van de raad van commissarissen.
De raad van commissarissen van het WEW heeft besloten geen remuneratiecommissie in te stellen.
Allereerst omdat het WEW slechts één bestuurder (algemeen directeur) kent.
Voorts heeft de raad van commissarissen van het WEW besloten aangelegenheden inzake remuneratie te delegeren aan de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de raad van commissarissen.
In januari van elk jaar beoordeelt deze delegatie het functioneren over het afgelopen jaar en de beloning van de algemeen directeur. De voor het WEW relevante bepalingen van de Code Tabaksblat (II,2) en de Code goed bestuur (3,2) inzake de hoogte en samenstelling van de bezoldiging van de algemeen directeur vormen hierbij de leidraad. Vervolgens bespreekt de delegatie haar bevindingen met de voltallige raad van commissarissen.
Het WEW heeft ervoor gekozen de uitkomsten van de besluitvorming van de raad van commissarissen op te nemen in het verslag van de raad van commissarissen en in de toelichting op de jaarrekening.
De raad van commissarissen van het WEW heeft tevens besloten vooralsnog geen selectie- en benoemingscommissie in te stellen.
Allereerst omdat de enige bestuurder (algemeen directeur) van het WEW benoemd is voor onbepaalde tijd. De raad van commissarissen van het WEW gaat over tot instelling van een selectie- en benoemingscommissie na ontslag van de algemeen directeur of bij uitbreiding van de directie.
Vanwege de periodieke beoordeling van omvang en samenstelling van de raad van commissarissen bestaat geen behoefte tot instelling van een selectie- en benoemingscommissie. In artikel 11 van de statuten van het WEW, zoals die gelden per 9 juli 2009, zijn omvang en samenstelling van de raad van commissarissen nauwkeurig vastgesteld.
Ten aanzien van de periodieke beoordeling van het functioneren van individuele leden van de raad van commissarissen heeft de raad besloten dat de raad één maal per jaar een evaluatie agendeert.
Voor wat betreft het toezicht op het beleid van het bestuur inzake selectiecriteria en benoemingsprocedures voor het hoger management, is tussen raad van commissarissen en algemeen directeur afgesproken dat zij per geval afstemmen in hoeverre bemoeienis van de raad van commissarissen opportuun is.
De raad van commissarissen wenst de processen op het gebied van selectie, benoeming en remuneratie te laten verlopen in de geest van de codes. De raad meent hieraan met de huidige invulling op adequate wijze vorm te hebben gegeven.