"NHG is van maatschappelijk belang omdat het de drempel voor het eigen woningbezit verlaagt."

Beleggingsbeleid

Het beleggingsbeleid is overeenkomstig de statuten van het WEW vastgelegd in een door de toenmalige Minister van VROM en de VNG goedgekeurd beleggingsstatuut.

Daarnaast is sprake van door de raad van commissarissen goedgekeurde beleggingsafspraken met de bij de beleggingen van het WEW betrokken banken (ABN AMRO Bank, ING Bank en Schretlen & Co).

De beleggingsportefeuille is gelijkelijk verdeeld over de drie genoemde banken. Er is sprake van een adviesrelatie waarin de beleggingen plaatsvinden na voorafgaande goedkeuring door het WEW.

Het WEW belegt uitsluitend in staatsobligaties met een rating van minimaal Aaa of AAA en voor maximaal 50% in overige vastrentende waarden van instellingen met een rating van minimaal Aa of AA (vastgesteld door Moody’s respectievelijk Standard & Poor’s).

Indien het in de lijn der verwachtingen ligt dat een debiteur binnen afzienbare termijn onder de minimaal vereiste rating terecht zal komen, zullen de obligaties van deze debiteur op marktwaarde worden gewaardeerd.

In 2009 zijn in het kader van de kredietcrisis de ontwikkelingen op de financiële markten en met name de kredietwaardigheid van de instellingen waarvan het WEW obligaties in eigendom heeft, voortdurend gevolgd. Mede tegen deze achtergrond is in 2009 een aantal obligaties verkocht waarvan de rating onder
de toegestane norm dreigde te komen.

 

Beleggingsstatuut

In de Code goed bestuur (5.5) wordt bepaald dat de organisatie een website heeft waar inzicht wordt geboden in de taak, organisatie, diensten, producten en kwaliteit van de dienstverlening van de organisatie. De Code Tabaksblat kent niet een dergelijke bepaling.

In de statuten van het WEW, zoals die gelden per 1 januari 2011 gelden, is in artikel 8, lid 1, sub d, bepaald dat de directie een beleggingsstatuut vaststelt, waarin wordt aangegeven op welke wijze de geldmiddelen van het WEW worden belegd. Het door de directie vastgestelde beleggingsstatuut behoeft goedkeuring van de raad van commissarissen (artikel 13, lid 2, sub g, van de statuten) en vervolgens goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (artikel 13, lid 3, van de statuten).

Het thans vigerende beleggingsstatuut is 22 november 2000 goedgekeurd door de raad van commissarissen en vervolgens 11 januari 2001 door de Minister van VROM en 3 april 2001 door de VNG. Dit beleggingsstatuut is hieronder opgenomen.

In het verlengde van het beleggingsstatuut zijn afspraken gemaakt met de banken die de beleggingen voor het WEW verzorgen. Deze afspraken zijn op deze site eveneens onder het kopje Beleggingsbeleid opgenomen.

Het beleggingsstatuut luidt als volgt:

  1. De Stichting zal haar vermogen uitsluitend beleggen in:

    1. ter beurze van in landen behorende tot het Eurogebied genoteerde obligaties van eerste klas de­bi­teu­ren, luidende in Neder­land­se guldens of in Euro’s en met een op het moment van aan­koop resterende looptijd van maxi­maal 15 jaren;

    2. termijndeposito’s in guldens of in Euro’s bij ingevolge de Wet financieel toezicht (Wft) geregistreerde kredietinstellingen met een looptijd van maximaal één jaar.

  2. De Stichting zal zich onthouden van al die rechtshandelingen waardoor aan derden boven de verstrekkers van de door haar te verwaarborgen geldleningen een recht van voorkeur of voorrang wordt verleend op het vermogen van de Stichting of bestanddelen daarvan. Het is de Stichting niet toe­gestaan haar beleggingen tot zekerheid te stellen. Het is de Stichting echter wel toegestaan om hy­potheek te verlenen aan financiers die financieringen verstrekken ten behoeve van de aan- res­pec­tievelijk inkoop van registergoederen met betrekking tot onroerende zaken, indien de Stichting daar­door op gunstiger condities dan zonder hypotheekstelling geld kan aantrekken.
Sluit Lees meer over

Beleggingsafspraken met banken

 

In de Code goed bestuur (5.5) wordt bepaald dat de organisatie een website heeft waar inzicht wordt geboden in de taak, organisatie, diensten, producten en kwaliteit van de dienstverlening van de organisatie. De Code Tabaksblat kent niet een dergelijke bepaling.

In de statuten van het WEW is bepaald dat de directie een beleggingsstatuut vaststelt, waarin wordt aangegeven op welke wijze de geldmiddelen van het WEW worden belegd. Het thans geldende beleggingsstatuut en het traject dat voorafging aan de totstandkoming daarvan is op deze site eveneens onder kopje Beleggingsbeleid opgenomen.

In het verlengde van het vigerende beleggingsstatuut zijn afspraken gemaakt met de banken die de beleggingen voor het WEW verzorgen. De laatste afspraken met ABN AMRO Bank, ING Bank en Schretlen & Co werden gemaakt op 11 december 2008.

In deze afspraken is nader geregeld:

  • waarin de banken kunnen beleggen;
  • het stelsel van advies door de banken en goedkeuring door het WEW;
  • de wijze van verantwoording door de banken en het WEW;
  • de wijze van vergelijking van de prestaties van de banken onderling en de consequenties daarvan voor de verdeling van nieuw te beleggen middelen.

De laatst gemaakte afspraken tussen het WEW en de banken die voor het WEW beleggen, zijn als volgt:

1. De banken ontvangen een exemplaar van het meest recente beleggingsstatuut van de stichting.

2. Overeenkomstig het beleggingsstatuut wordt belegd in obligaties van eersteklas debiteuren. Daartoe worden gerekend obligaties van debiteuren die ten minste een Aa rating van Moody’s en/of een AA rating van Standard and Poor’s bezitten, alsmede staatsleningen en staatsgegarandeerde fondsen (lagere overheden e.d.).

3. De banken dienen elk afzonderlijk te beleggen conform onderstaande tabellen.

Tabel 1. Toegestane minimale en maximale uitzettingen per categorie geldnemers in percentages van de kapitaalmarktbeleggingen (looptijd < 15 jaar)

             Rating

Categorie geldnemer

Moody's

Standard & Poor's

Minimum

Maximum

Staat

Aaa

AAA

50%

100%

Overige

Aaa

AAA

0%

50%

Staat en overige

Aa 1/2/3

AA+/-

0%

50%

Staat en overige

A 1/2/3

A+/-

0%

0%

Tabel 2.  Verdeling beleggingen naar regio

        Kapitaalmarkt (looptijd < 15 jaar)

Landen

Minimum

Maximum

Eurozone

0%

100%

Overige landen

0%

0%

 

 


Tabel 3. Toegestane maximale uitzetting per individuele debiteur

        Rating

Categorie geldnemer

Moody's

Standard & Poor's

Maximum percentage van de beleggingen per individuele debiteur

Staat

Aaa

AAA

100%

Overige

Aaa

AAA

15%

Staat en overige

Aa 1/2/3

AA+/-

5%

Staat en overige

A 1/2/3

A+/-

0%

4. In geval van downgrading van een debiteur naar een rating lager dan Aa3 van Moody’s en/of lager dan AA- van Standard and Poor’s, dient de bank dit binnen een week schriftelijk aan de stichting te melden. De bank dient binnen een maand na downgrading van de debiteur de desbetreffende obligaties te verkopen conform punt 11 van de procedure. Een en ander tenzij dit leidt tot onevenredige verliesneming, dit ter overweging van de algemeen directeur.

5. Obligaties met een mogelijkheid van vervroegde aflossing zijn uitgesloten.

6. Voorbeleggen is toegestaan voor een bedrag gelijk aan de kasstroom (coupons en lossingen: niet de nieuwe middelen als bedoeld onder punt 9) van de portefeuille voor de komende 3 maanden, indien dit past in de rentevisie van de bank.

7. Er is geen maximale duration (gewogen gemiddelde looptijd) voor de totale beleggingen per bank vastgesteld.

Procedure

8. Gelden die de stichting voor belegging vrij geeft, zullen gelijkelijk en gelijktijdig over de betrokken banken worden verdeeld in tranches van € 500.000,-.

9. Herbeleggingen kunnen door de banken binnen de eigen portefeuille gehouden worden. Deze herbeleggingen zullen worden uitgevoerd na goedkeuring door de stichting van het voorstel daartoe.

10. De banken informeren de stichting over hun actuele rentevisie voor de komende periode. Zodra de rentevisie van de bank wijzigt wordt de stichting hiervan per ommegaande op de hoogte gesteld.

11. Beleggingsvoorstellen zullen door de banken telefonisch worden voorgelegd van de stichting. Na telefonische toestemming van de stichting kan de transactie plaatsvinden. De stichting hanteert intern het vier-ogen principe. Dit betekent dat goedkeuring door de algemeen directeur altijd de instemming behoeft van een tweede persoon binnen de stichting. De bank zal een en ander per direct per e-mail of fax bevestigen.De beleggingsvoorstellen van de banken dienen te passen binnen de actuele rentevisie van de bank en te voldoen aan de afspraken tussen de bank en de stichting.

12. De stichting kan op basis van het voorstel van een bank bij een andere deelnemende bank informeren naar de aankoopprijs van de betreffende obligatie. Indien de betreffende obligatie door een andere bank goedkoper wordt aangeboden, kan de stichting haar de transactie gunnen. De betreffende aankoop wordt dan wel gedeponeerd in de portefeuille van de bank die de aankoop heeft voorgesteld.

Verantwoording

13. Maandelijks zullen de banken rapporteren over de actuele stand der beleggingen.

14. De stichting zal per kwartaal een overzicht aan de banken verstrekken van de totale portefeuille.

15. De banken worden periodiek op de hoogte gehouden van ontwikkelingen bij de stichting (jaarverslag, liquiditeitsprognose e.d.).

16. Jaarlijks zullen de resultaten van de banken met elkaar worden vergeleken. Hierbij wordt de “money-weighted-return”-methode gehanteerd. Indien een bank zowel gemiddeld over de afgelopen 3 kalenderjaren als in het laatste kalenderjaar het minste resultaat heeft behaald (met een minimaal verschil van 0,10%) ontvangt deze bank een jaar lang geen toevoegingen. Deze toevoegingen komen toe aan de andere deelnemende banken, danwel aan één van de andere banken indien deze (op gelijke wijze bepaald zoals hierboven) het beste resultaat heeft gehaald.

17. Voor de bepaling van de resultaten van de banken wordt een obligatie gewaardeerd op de laatst gedane koers waarvoor de obligatie een beursnotering heeft gekregen.

18. De banken zullen van aangekochte obligaties, met uitzondering van staatsobligaties, de prospectus aan de stichting doen toekomen.

Sluit Lees meer over